Werkgroep 8Sleufloze technieken voor gemeentelijke (riolerings) infrastructuurwerken De sleufloze techniek heeft ten opzichte van de klassieke aanleg van een leiding in open sleuf vele voordelen : minder hinder voor de omwonenden, economische schade beperken e.a.. Grondwaterverlaging en het aanbrengen van verticale beschoeiingen kunnen worden vermeden. De kennis van de ondergrond is voor het welslagen van een buisdoorpersing van primordiaal belang. De ondergrond bepaalt de keuze van het boorrad, de boorvloeistof en de boorbuizen m.a.w. de sleufloze techniek. Niet alleen de karakteristieken eigen aan de bodem (bodemsoort, milieutechnische kwaliteit bodem, grondwaterstand en inwendige wrijvingshoek) zijn bepalend, maar ook de eventuele aanwezige nutsleidingen, ondergronds constructies, hulpconstructies van bestaande infrastructuren en archeologische structuren in de bodem maken deel uit van de kennis van de ondergrond. De hieronder beschreven methoden zijn wel bekend, maar hebben beperkingen : Bodem karakteristieken Het toetsen van de bekomen resultaten aan eventueel bestaande geologische kaarten, andere grondonderzoeken en ondergrondse bouwwerken in de omgeving kunnen deze resultaten nog verfijnen. Het blijft natuurlijk steeds in interpolatie tussen de uitgevoerde steekproeven. Nutsleidingen Ondergronds constructies en hulpconstructies van bestaande infrastructuren Bovenstaande technieken verschaffen veel gegevens over de ondergrond en de bodem. Een aanvullende methode om de bekomen resultaten te toetsen en te consolideren over het volledige tracÈ van de doorpersing zou wenselijk zijn. Deze methode zou onbekende gegevens aan het licht kunnen brengen, onduidelijkheden uit de vorige methoden verduidelijken en de leemtes opvullen. Grondscanning kan de ìmissing linkî zijn. Het is daarom zeker interessant om het nodige studiewerk te verrichten over de reeds bestaande systemen van grondscanning, de methodiek, de kostprijs, de beperkingen en de nauwkeurigheid. Het uiteindelijke doel is het opzetten en het uitvoeren van een proefproject. De werkgroep heeft zich tot doel gesteld de komende maanden de techniek van grondscanning te evalueren. Wat zijn de voor-en nadelen? Kan er link worden gemaakt met het bestaande KLIP? Een overzicht van de doelstellingen van de werkgroep wordt voorgesteld op de VLARIO-dag van 18 maart. Sleufloze technieken bestaan reeds tientallen jaren en worden veelvuldig en met succes toegepast bij grote collectorprojecten. In verschillende grote Vlaamse steden werden reeds kilometerslange leidingtrajecten aangelegd door middel van doorpersingen. Voor gemeentelijke infrastructuurwerken werd tot op heden slechts in uitzonderlijke omstandigheden, zoals kruisingen van spoorwegen, waterlopen of grote wegen van deze technieken gebruik gemaakt. Nochtans wordt in sommige buitenlandse steden ook in het gemeentelijk rioleringsnet reeds meer dan 50 % van de riolen in microtunneling aangelegd. In Vlaanderen is deze achterstand deels te wijten aan een gebrekkige kennis van de mogelijkheden met deze technieken. Gebrek aan kennis leidt ook vaak tot foutieve of verwarrende beschrijvingen in lastenboeken. VLARIO heeft een document opgesteld waarmee het wil inspelen op een behoefte van de Vlaamse rioleringssector, om over een synthesedocument te beschikken. Mogelijkheden en beperkingen worden erin op een overzichtelijke manier beschreven vooral gericht op doorpersingen van gravitaire leidingen voor de kleinere rioleringsinfrastructuur. In hoofdstuk I worden de microtunneling en pilootstangdoorpersingen beschreven. Voor gravitaire leidingen zijn dit de aangewezen technieken daar voor deze leidingen enge toleranties gelden voor de te respecteren helling (zie tabel 2: precisie in hoogte en richting). In een eerste tabel in dit hoofdstuk I wordt vertrokken van de elementairste ontwerpcriteria van een rioleringsproject en wordt de best beschikbare boortechniek ervoor aangegeven. In de tweede tabel worden voor elke techniek beknopt de kenmerken samengevat. In de derde tabel wordt uitgegaan van de verschillende types doorpersbuismaterialen, hun beschikbaarheid wat betreft diameters, buislengtes, toelaatbare doorperskrachten en met antwoorden op specifieke vragen die bij doorpersing opduiken, tevens wordt weergegeven in welke techniek deze buizen kunnen worden ingezet. Tenslotte wordt, aansluitend op tabel 2, meer uitgebreid elke techniek beschreven. In hoofdstuk II wordt de directional drilling methode beschreven. De toepassingsmogelijkheid ligt hierbij in leidingen waarvoor de te respecteren helling van ondergeschikt belang is zoals bij persleidingen. Werkgroep 8 hoopt hiermee bij te dragen tot meer inzicht in deze microtunnelingtechnieken, correctere beschrijvingen van opdrachten, minder hinder bij rioleringswerken, minder tijdverlies voor weggebruikers, minder kosten en inkomstenverlies voor automobisten en handelaars, minder milieuschade, voertuigschade, wegschade en ongevallenomdat wegomleggingen beperkt kunnen worden. Microtunneling ontziet groeninfrastuctuur, bestaande leidingen, kabels en grondwater. Het leidt tot comfortabeler en veiliger werken voor de aannemer, geringere zettingen, minder grondverzet met de eventueel eraan verbonden milieuproblematiek van afvoer van gronden. Tenslotte biedt de geÔnstalleerde leiding, daar ze berekend is op het opvangen van hoge doorperskrachten en met hoge precisie geplaatst kan worden, garanties voor een langere levensduur. Een tweede actiepunt: het opstellen van kosten-batenanalyse is eveneens afgerond. Meer informatie hieromtrent kan u elders terugvinden op deze site. Overzicht van sleufloze technieken voor gemeentelijke rioleringsinfrastructuur |
