De goede werking van infiltratievoorzieningen is van cruciaal belang om aan de doelstellingen van integraal waterbeheer en voorkoming van wateroverlast te kunnen voldoen: buffering, infiltratie en vertraagde waterafvoer. Wanneer de infiltratiewerking slecht werkt, heeft dit meestal ook een negatieve invloed op de bufferingscapaciteit (water blijft in infiltratievoorziening staan) en de werking van noodoverstorten (te frequent overstorten van water). De investeringen voor infiltratie en het vertraagd afvoeren van hemelwater dragen dan niet volledig bij aan de hoger geformuleerde doelstellingen.

Om de goede werking van infiltratievoorzieningen in de tijd te waarborgen wil deze handleiding – verder genaamd “Richtlijnen Bovengrondse Infiltratievoorzieningen” afgekort “RBI” – richtlijnen en aanbevelingen aanreiken, waaraan een goed bovengronds infiltratiesysteem moet voldoen inzake werking, ontwerpvoorwaarden (bronmaatregelen, buffering , infiltratie, voorbehandeling en afvoerbeperking), materiaaleigenschappen, uitvoering, onderhoud en ook goed beheer.

De richtlijnen zijn van toepassing voor zowel een aanleg op private percelen als een aanleg op het publiek domein of in de publieke ruimte.

Dit is een levend document. Kijk steeds hier voor de laatste versie.

RBI V1 16 10 2018

Dit document werd opgemaakt door ad hoc werkgroep 6. 

Zie ook de richtlijnen voor ondergrondse infiltratievoorzieningen.