Wanneer moet bij een woning/gebouw een voorbehandelingsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater worden geplaatst?

1.1. Collectief te optimaliseren buitengebied

Momenteel is in het collectief te optimaliseren gebied (geoloket.vmm.be/zonering) nog geen rioolaansluiting voor afvalwater op een operationele waterzuiveringsinstallatie aanwezig maar deze wordt op termijn wel voorzien. In afwachting van de collectieve afvalwaterzuivering, is men volgens Vlarem verplicht al het afvalwater (grijs afvalwater en zwart afvalwater) minstens te behandelen in een voorbehandelingsinstallatie. Het effluent van de voorbehandelingsinstallatie dient aangesloten te worden op de aanwezige infrastructuur (afvalwaterriool, ingebuisde gracht, open gracht of sterfput).

Dit kan gerealiseerd worden door:

  • Grijs en zwart afvalwater aan te sluiten op een septische put van minimum 3000 liter (600 liter/IE vanaf meer dan 5 IE en 450 l vanaf 11 IE), zoals opgenomen in tabel 1. Alternatieven: 2 aparte septische putten of een septische put (min. 2000 liter) voor zwart water en een vetvanger (150 liter/IE/dag) voor grijs water.
  • Specifieke afvalwaters (bv. grootkeukens, restaurants / bakkerijen) aan te sluiten op een afscheider (vetafscheider / zetmeelafscheider), gevolgd door een septische put. Het zwart water en overig grijs afvalwater van deze gebouwen wordt aangesloten op een septische put.

Wanneer de riolering uiteindelijk wordt aangesloten op een operationele RWZI, hangt het van de afwateringssituatie of de aard van de toegepaste zuiveringstechnologie af of de voorbehandelingsinstallatie wordt kortgesloten of niet. Afscheiders voor specifieke afvalwaters blijven behouden.

Volgende situaties zijn bv. mogelijk bij overgang naar collectief geoptimaliseerd buitengebied:

  • Voorbehandelingsinstallatie kortsluiten en opvullen.
  • Voorbehandelingsinstallatie blijft aangesloten op grijs en zwart water, afhankelijk van de afwateringssituatie op privé en/of openbaar domein.
  • Voorbehandelingsinstallatie blijft aangesloten enkel op zwart water, afhankelijk van de afwateringssituatie op privé en/of openbaar domein.
  • Voorbehandelingsinstallatie kortsluiten en eventueel hergebruiken als hemelwaterput. Als een hemelwaterput wettelijk verplicht is kan dit enkel indien hij een voldoende inhoud heeft, in het laatste ontwerp van GSV (van kracht vanaf najaar 2013) is dit minimaal 5.000 liter. Hergebruik van een sterfput als infiltratieput voor hemelwater is eveneens mogelijk.

 

1.2. Centraal gebied en collectief geoptimaliseerd buitengebied

In Centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied is afvalwaterriolering aanwezig, die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. In dit gebied ben je verplicht het afvalwater aan te sluiten op het afvalwaterriool.

Afscheiders zoals vetvanger en zetmeelafscheider dienen ook in dit gebied geplaatst te worden als voorbehandeling van specifieke afvalwaters, vooraleer te lozen in de openbare riolering. Gewoonlijk wordt dit opgelegd in milieu- of bouwvergunning.

Of in dit gebied ook gebruik moet worden gemaakt van een voorbehandelingsinstallatie zoals bv. septische put, vooraleer te lozen in de openbare riolering, hangt af van de afwateringssituatie op privédomein én op openbaar domein. Het college van burgemeester en schepenen kan in dit gebied een voorbehandelingsinstallatie opleggen als de afwateringssituatie of de aard van de toegepaste zuiveringstechnologie het vereist. Afhankelijk van de afwateringssituatie op privédomein kan ook de bouwheer overgaan tot het plaatsen van een voorbehandelingsinstallatie of kan dit worden opgelegd door de rioolbeheerder. De voorbehandelingsinstallatie in centraal gebied en collectief geoptimaliseerd gebied ontvangt gewoonlijk enkel zwart water (zwart en grijs is mogelijk bv. bij overgang van collectief te optimaliseren naar collectief geoptimaliseerd buitengebied).

Privédomein: Bij het ontwerp van de privériolering en bepaling van de hellingsgraad van de afvalwaterleidingen dient in de eerste plaats rekening gehouden met het aansluitpeil op de straatriolering. Dit is de afwaartse randvoorwaarde voor de diepteligging en hellingen van de leidingen op privédomein. Voor de afvalwaterleiding op privédomein wordt gestreefd naar een minimale helling van 10mm/m en maximaal 25mm/m. Bij een te kleine helling (< 10 mm/m) of een te grote helling (> 25 mm/m), dikwijls in combinatie met een te grote leidingdiameter, bestaat er gevaar voor verstopping omdat de vaste stoffen dan achterblijven, uitdrogen en aanslibben (voor uitgebreide informatie over dimensionering en andere ontwerpvoorschriften voor afvalwaterafvoerinstallaties verwijzen we naar de Technische Voorlichting TV 265 van het WTCB).

Wanneer de afstand van de toiletten tot de straatriolering vrij lang is (>25m) ten opzichte van de beschikbare helling of wanneer om een andere reden de aanbevolen helling tussen 10mm/m en 25mm/m niet kan aangehouden worden, kan een voorbehandelingsinstallatie zoals bv. septische put aangewezen zijn.

Openbaar domein: Indien de gemeente het omwille van de afwateringssituatie of de zuiveringstechnologie noodzakelijk acht, kan zij de verplichting van een voorbehandelingsinstallatie (bv. een septische put) opleggen. Als de afwatering van de riolering niet optimaal is, kunnen immers vaste stoffen in het vuil water moeilijk afgevoerd worden. Deze blijven liggen op cruciale plaatsen zoals kruisingen in de riolering, waar ze voor verstoppingen kunnen zorgen.