De systemen voor de individuele behandeling van afvalwater bestaan in allerlei vormen en materialen, maar de werkingsprincipes zijn steeds dezelfde. Er vinden fysische processen plaats zoals bezinking en filtratie; er vinden chemische processen plaats zoals fosfaatbinding en er vinden biologische processen plaats. De IBA-systemen zijn zo geconstrueerd dat de verschillende processen optimaal kunnen verlopen. De biologische processen zijn dezelfde als deze die in de vrije natuur voorkomen. In deze processen gebruiken kleine levende organismen de stoffen uit het afvalwater voor hun eigen levensprocessen. Door omstandigheden te creÎren waarin de organismen worden gestimuleerd, kan het zuiveringsrendement van de IBA worden opgevoerd tot boven de 90%.
De meeste mechanische systemen onderscheiden drie trappen in het zuiveringsproces:

  • de voorbehandeling (of primaire zuivering) heeft als doel de grove bezinkbare bestanddelen uit het afvalwater te verwijderen om te voorkomen dat deze verderop in de installatie aanleiding geven tot procesproblemen.
  • de biologische zuivering (of secundaire zuivering). In deze trap vindt de omzetting plaats van de organische vuilvracht en van de nutriÎnten uit het afvalwater naar voor het milieu minder schadelijke componenten. Het zuiveringsproces kan in een of meerdere trappen verlopen, waarbij verschillende technieken gecombineerd kunnen worden.
  • de nabehandeling. In deze derde trap gaan de zwevende stoffen en de afgestorven bacteriÎn die zich in het gezuiverde afvalwater bevinden afgescheiden worden van het gezuiverde effluent, bijvoorbeeld met behulp van een nabezinktank. Het slib dat zich op de bodem afzet, wordt gestockeerd als spuislib of gerecirculeerd naar voorgaande trappen.

De extensieve systemen (percolatierietvelden, cocosbiobed, …) werken met een dragermateriaal waarop bacteriën groeien en waarover het water door middel van een pomp éénmaal wordt verspreid.