Afhankelijk van de terreinkenmerken en de wensen van de eigenaar/gebruiker wordt de inplantingsplaats bepaald. De inplanting van de IBA zal in voorkomend geval tevens bepalend zijn voor de inplanting van de septische put, de besturingskast, de pompput, het infiltratiesysteem,….

Het is belangrijk bij de keuze van de inplantingsplaats rekening te houden met volgende aspecten:

  • De IBA, en in voorkomend geval de septische put, moeten te allen tijde bereikbaar zijn voor onderhoud en slibruiming en worden best zo dicht mogelijk bij de vervuilingsbron geplaatst.
  • Omwille van de stabiliteit en de mogelijkheid om het onderhoud vlot te kunnen uitvoeren mogen IBA’s niet te diep ingegraven worden (afhankelijk van het materiaal maximum 0,50 tot 1 meter diepte). Niveauverschillen in het terrein kunnen soms aangewend worden om de installatie minder diep te plaatsen en eventueel een influentpomp uit te sparen.
  • De inplanting van de IBA onder een oprit of bereidbare verharding impliceert een hogere verkeersklasse van de bekuiping en de nodige voorzieningen naar spreiding van de lasten, zoals het aanvullen met gestabiliseerd zand en het plaatsen van een betonnen verdeelplaat boven de installatie (vooral bij kunststofsystemen).
  • De besturingskast, al of niet met luchtpompje, dient zo dicht mogelijk bij de IBA te worden geplaatst (maximum 5 m). Hou rekening met eventuele trillingen, geluidshinder, esthetische waarden, bereikbaarheid,…
  • In geen geval mag de IBA geplaatst worden in een dieptepunt waar overstromingsgevaar is.
  • Bij lozing van het effluent in een infiltratiesysteem zal men rekening moeten houden met de nodige ruimtebehoefte. De afstand tussen de IBA en het infiltratiesysteem heeft weinig invloed.