In principe geldt hier een herzieningstermijn van 15 jaar.

Indien een gemeente overgaat tot de volledige vervanging van een bestaande riolering in een bepaalde straat of de aanleg van een nieuwe riolering in een straat waar nog geen riolering bestond, dient deze riolering te worden aangemerkt als een afzonderlijk gebouw onderworpen aan de herzieningstermijn van 15 jaar en niet als verbeterings- of omvormingswerken onderworpen aan de herzieningstermijn van 5 jaar.

Gelet op de aanvang van de btw-plicht in 2005 kunnen de gemeenten nog 14/15 herzien van de btw op de aanleg van rioleringen en de ermee verband houdende wegeniswerken in gebruik genomen in 2004; 13/15 van de btw op de aanleg van rioleringen en de ermee verband houdende wegeniswerken in gebruik genomen in 2003; enz. en 1/15 van de btw op de aanleg van rioleringen en de ermee verband houdende wegeniswerken in gebruik genomen in 1991.

Voor investeringen in gebouwen verricht tot en met 31 december 1995 gold echter een herzieningstermijn van 10 jaar.

Voor belastingplichtigen, die in hun hoedanigheid van btw-plichtige voor 1 januari 1996 investeerden in gebouwen, stelt de btw-administratie dat de herzieningstermijn van 10 jaar van toepassing blijft (Nummer 377 BTW-Handleiding).

Dit is uiteraard om te vermijden dat een btw-plichtige, die rekende op een herzieningstermijn van 10 jaar plots zou worden geconfronteerd met een verlenging van deze termijn met 5 jaar.

Nochtans voorzien het KB van 22 december 1995 tot wijziging van het btw-wetboek en het KB van 25 februari 1996 tot wijziging van de KB’s nr. 1, 3, 4, 7, 18, 31, 41, 44, 48 en 50, inzake btw niet in een overgangsregeling.

Beide KB’s traden onverkort in werking op 1 januari 1996 (respectievelijk artikel 22 en 35 van voormelde KB’s). Het lijkt derhalve moeilijk verdedigbaar dat de hiervoor omschreven administratieve tolerantie nu in het nadeel van een belastingplichtige zou spelen, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de nieuwe herzieningstermijn van 15 jaar nog niet die hoedanigheid had.

Geen enkele wettelijke of reglementaire bepaling lijkt de gemeente te kunnen verplichten om thans nog een herzieningstermijn te beginnen toepassen, die door de wetgever reeds 10 jaar geleden is afgeschaft.

Er moet echter opgemerkt worden dat enkelen de stelling aanhangen dat de herzieningstermijn 5 jaar bedraagt.

Zij gaan er van uit dat het steeds om verbeterings- of omvormingswerken handelt.