VLARIO volgt op regelmatige basis de investeringsdynamiek binnen het gemeentelijk rioolbeheer op. In het licht van de Vlaamse doelstellingen inzake waterkwaliteit, reductie van overstorten, klimaatadaptatie en de geplande investeringsprogramma’s van zowel lokale besturen als de Vlaamse overheid, is het belangrijk om zicht te houden op het verwachte aanbestedingsvolume en de factoren die investeringen stimuleren of vertragen.
Om deze evoluties in kaart te brengen heeft VLARIO in het voorjaar van 2026 een bevraging gedaan bij de gemeentelijke rioolbeheerders en lokale besturen. Deze bevraging peilde naar het verwachte aanbestedingsvolume voor 2026 en 2027, de impact van subsidiestromen op investeringsbeslissingen, de evolutie van doorlooptijden en de belangrijkste knelpunten waarmee rioolbeheerders vandaag worden geconfronteerd.
De bevraging werd ingevuld door de vier grootste actoren in het gemeentelijk rioolbeheer in Vlaanderen (Fluvius, Farys, Riopact en Pidpa), aangevuld met 27 lokale besturen. De respondenten vertegenwoordigen samen een geraamd aanbestedingsvolume van ongeveer 465 miljoen euro in 2026 en 446 miljoen euro in 2027. Hierdoor bieden de resultaten een representatief beeld van de investeringsdynamiek en de uitdagingen binnen het Vlaamse gemeentelijke rioolbeheer.
Met deze nota wil VLARIO niet alleen inzicht geven in de verwachte investeringen voor de komende jaren, maar ook aandacht vragen voor de structurele knelpunten die de realisatie van de Vlaamse waterkwaliteits- en klimaatdoelstellingen kunnen beïnvloeden. De bevindingen uit deze bevraging vormen daarom een belangrijke input voor het overleg met de Vlaamse administraties en de minister van Omgeving.
Bevindingen
- Investeringsvolume blijft hoog, maar niet overal stijgend
Het beeld is genuanceerd:
- er zijn nog steeds grote investeringsprogramma’s lopende,
- verschillende rioolbeheerders melden een piek richting 2027 door reductiedoelstellingen en subsidieprogramma’s,
- tegelijk zien we dat veel lokale besturen aangeven dat hun huidige investeringsniveau lager ligt dan de uitzonderlijk hoge volumes van de vorige legislatuur.
De sector lijkt dus niet in een algemene groeifase te zitten, maar eerder in een verschuiving naar een aantal geconcentreerde investeringspieken.
- Vlaamse subsidies zijn dé belangrijkste investeringsmotor
Impact op investeringsritme: 86% geeft aan dat subsidies effectief investeringen sturen.
Belangrijkste subsidiekanalen: Vrijwel alle rioolbeheerders en gemeenten verwijzen naar de klassieke rioleringssubsidies als cruciale hefboom. Zonder deze middelen wordt het investeringsritme duidelijk lager.
- Grote onzekerheid rond aangekondigde middelen
Op de vraag of de aangekondigde middelen van minister Brouns bijkomende investeringen zullen genereren blijkt de belangrijkste boodschap: Niet enthousiasme, maar onzekerheid overheerst.
Veel antwoorden verwijzen expliciet naar: het Lokaal Pact, onduidelijke selectiecriteria, onbekende timing, onzekerheid over budgetten en onduidelijke koppeling met Aquafin-programma’s.
Conclusie:
- De sector wacht af.
- De aangekondigde middelen hebben vandaag nog onvoldoende voorspelbaarheid om reeds vertaald te worden naar concrete investeringsbeslissingen.
- Doorlooptijden blijven toenemen
Er wordt vaak verwezen naar structureel lange procedures. Meest genoemde oorzaken: onteigeningen/innames, budgettaire beperkingen, vergunningstrajecten, stijgende projectkosten en GIP AWV.
Er is een duidelijk patroon: De grootste vertragingen zitten niet in de uitvoering zelf maar in de voorbereidende fases: vergunningen, grondverwerving, afstemming met AWV en budgettaire goedkeuringen.
Dit bevestigt eerdere signalen die VLARIO reeds ontving.
- GIP AWV is uitgegroeid tot een structureel knelpunt. Dit is één van de meest opvallende resultaten
Het merendeel van de rioolbeheerders noemen GIP AWV expliciet als bottleneck. In de open antwoorden komt dit voortdurend terug: uitstel van AWV-projecten, schrappen van dossiers, onduidelijke programmering, onvoldoende afstemming met reductiedoelstellingen en onzekerheid over toekomstige planning.
Dit lijkt momenteel één van de sterkste collectieve signalen uit de bevraging.
- Stijgende projectkosten blijven drukken op investeringen
Er wordt verwezen naar prijsstijgingen, bijkomende eisen rond grondverzet, PFAS, bemalingsregels en strengere milieuwetgeving. Bijkomend wordt er expliciet vermeld dat de gemiddelde projectkost vandaag 25 à 30% hoger dan vijf jaar geleden.
Gevolg: Hoewel de investeringsvolumes hoog lijken, wordt een steeds groter deel van het budget opgeslorpt door regelgeving, studies, saneringsmaatregelen en flankerende maatregelen. Daardoor vertaalt eenzelfde budget zich in minder gerealiseerde infrastructuur.
- PFAS is nog geen algemeen probleem, maar wel een groeiend risico
PFAS vormt vandaag geen algemeen investeringsprobleem, maar wel een groeiend en moeilijk beheersbaar risico. Hoewel de problematiek zich niet op elke werf voordoet, kan één PFAS-dossier leiden tot aanzienlijke budgettaire meerkosten en vertragingen. De financiële impact is bovendien grotendeels onvoorspelbaar, waardoor PFAS een belangrijke onzekerheidsfactor wordt voor de planning en uitvoering van rioleringsprojecten.
- Moeilijkheden voor uitvoering 2026-2027
De verwachte problemen situeren zich vooral rond vergunningen en mogelijke betwistingen, GIP AWV, budgetten, onteigeningen en stijgende kosten.
Opvallend is dat beschikbaarheid van aannemers slechts beperkt wordt genoemd. Dat verschilt van enkele jaren geleden toen capaciteitsproblemen op de uitvoeringsmarkt veel prominenter waren.
Conclusies en aanbevelingen
- De sector vraagt geen nieuwe doelstellingen, maar meer uitvoerbaarheid
- Het dominante signaal is niet een gebrek aan ambitie.
- Het probleem zit in vergunningen, procedures, grondverwerving en afstemming tussen overheden.
- Meer voorspelbaarheid van subsidiestromen is noodzakelijk
- De sector vraagt meer duidelijkheid, langere zichtbaarheid en stabiele subsidieprogramma’s. Niet zozeer hogere subsidiepercentages, maar vooral zekerheid.
- GIP AWV is momenteel wellicht het grootste externe knelpunt
Dit komt zo frequent terug dat het een prioritair gespreksonderwerp is voor VLARIO.
Aanbeveling richting Vlaamse overheid:
- betere afstemming tussen Omgeving, Mobiliteit en Openbare Werken;
- meerjarige transparante GIP-programmering;
- expliciete koppeling tussen AWV-programma en reductiedoelstellingen.
- Het huidige subsidiebesluit creëert risico op investeringspieken
Meerdere rioolbeheerders vrezen dat projecten richting 2027-2028 worden geduwd.
Gevolgen: piekbelasting van studiebureaus, piekbelasting van vergunningverleners, piekbelasting van uitvoeringsmarkt en risico op niet-halen van reductiedoelstellingen.
- Er groeit nood aan ondersteuning voor renovatie van bestaande riolering
Dit komt enkele keren expliciet terug. De huidige focus ligt sterk op nieuwe reductieprojecten en afkoppeling, terwijl verouderde rioleringsinfrastructuur onvoldoende ondersteund wordt.
Conclusie: De bevraging toont dat de rioolbeheerders bereid blijven te investeren, maar dat de realisatie van de Vlaamse waterkwaliteits- en reductiedoelstellingen steeds meer wordt bedreigd door vergunningstrajecten, budgettaire druk, stijgende projectkosten en vooral de gebrekkige afstemming met het GIP-programma van AWV.
