Nooit eerder hoorde ik deze zomer zoveel mensen zeggen: de regen mag komen. Iedereen had er zo zijn eigen reden voor: een natuurbrand, een mislukte oogst, beken en rivieren die historisch laag staan, een uitgestorven sportvisvijver, een rosse gazon. Experten doken recent in de cijfers en die maakten de nood aan regen ongenadig duidelijk: meer dan 80 procent van de meetplaatsen heeft een grondwaterstand die laag tot zeer laag is. Regendagen worden daarmee gepromoveerd van dagen waar we met lange tanden naar kijken tot dagen van hoop, netjes verpakt onder een grijze hemel.

Of de regen die nu valt soelaas brengt? Helaas – en precies dat pijnpunt ligt me bijzonder na aan het hart. Regen is een cadeau dat gratis uit de hemel valt en waar we ontzettend achteloos mee omgaan. Dat heeft alles te maken met de eindbestemming die we regen gunnen in Vlaanderen. Het principe is nochtans bijzonder eenvoudig: hou regenwater zoveel mogelijk vast waar het valt en laat het waar mogelijk in de bodem infiltreren. Uiteraard hebben we wegen, huizen en andere infrastructuur nodig waar water niet meteen de grond in kan. Maar toch: ook waar verstedelijking bijzonder dicht is, kunnen makkelijk systemen worden geïntroduceerd om water lokaal te laten insijpelen. Dat is overigens geen luxe, maar een absolute noodzaak.

Regenwater dat we niet in goede banen leiden, is ofwel miserie of een gemiste kans. Miserie in geval van overstroming. Een gemiste kans als het rechtstreeks het riool in verdwijnt – en dat is nog steeds te vaak het geval. Op veel plekken stroomt regenwater bij een fikse bui namelijk in één rechte lijn naar de riool. Die overvloed aan regenwater leidt op die momenten tot overstorten, waarbij grote hoeveelheden ongezuiverd rioolwater de natuur in stromen. Aquafin maakte daar een paar dagen geleden ontnuchterende cijfers over bekend: bij hevige regen komt elk jaar het equivalent van het afvalwater van 400.000 mensen ongezuiverd in onze waterlopen terecht. Het gevolg: vervuiling én enorme hoeveelheden regenwater die worden afgevoerd in plaats van lokaal vastgehouden en, waar mogelijk, geïnfiltreerd.

Kort gesteld: er klopt iets niet. We krijgen water -dat we ontzettend hard nodig hebben- gratis uit de lucht, en niet alleen zetten we het onvoldoende in om onze grondwaterreserves aan te vullen, maar het leidt ook nog eens tot vervuiling.

De oplossing voor deze uitdaging is verrassend eenvoudig: laat regen zoveel mogelijk insijpelen waar die valt. In een tuin. In een berm. Naast een parkeerterrein. Via een wadi. Op een plein waar niet iedere vierkante meter verhard hoeft te zijn. Het zijn allemaal plekken waar water de tijd krijgt om de bodem in te trekken, in plaats van meteen naar een riool te worden gestuurd. En dat is niet alleen een opdracht voor waterbeheerders of lokale besturen. Ook een tuin, oprit, bedrijfsparking of schoolplein maakt deel uit van ons watersysteem. Eén ontharde vierkante meter verandert Vlaanderen niet, heel veel vierkante meters samen wel.

We kunnen droogte niet wegtoveren. Als het wekenlang niet regent, heeft dat ernstige gevolgen. Maar de stelling dat we er weinig tegen kunnen beginnen, klopt niet. We kunnen onze bodem en omgeving veel beter voorbereiden op droge periodes door water vast te houden wanneer het beschikbaar is. Want het blijft een merkwaardige paradox: we wachten vandaag reikhalzend op regenwater … om het vervolgens zo snel mogelijk weg te voeren.

Dat klopt niet, dus daarom mijn oproep: geef het ruimte en laat -overal waar het kan- de grond insijpelen.

Opiniestuk door Wendy Francken in Het Belang Van Limburg, 11 september 2026
Bron: https://www.hbvl.be/nieuws/eindelijk-regen…-die-we-gelijk-weer-wegkieperen/161262927.html