Waarom infiltreren?

Grondwaterreserves zijn in Vlaanderen een belangrijke waterbron voor landbouw, industrie, huishoudens en drinkwaterproductie. Het is belangrijk dat we de grondwaterreserves in stand houden en de kans geven deze terug aan te vullen. We kunnen dat doen door het hemelwater te laten infiltreren in de bodem. In de meeste gebieden in Vlaanderen leent de waterdoorlatende bodem zich daar perfect toe. Zeker voor kleine projecten is de infiltratiecapaciteit vaak voldoende om de gemiddelde bui tijdig te laten doordringen zonder wateroverlast te veroorzaken.

Probeer verhardingen van terrassen en inritten zoveel mogelijk natuurlijk te laten afvloeien op het perceel. De overloop van de regenwaterput dient aangesloten te worden op een infiltratievoorziening.

Wanneer is een infiltratievoorziening verplicht?

Het plaatsen van een infiltratievoorziening wordt opgelegd via de GSV Hemelwater bij nieuwbouw/herbouw/uitbreidingen groter dan 40m² wanneer het perceel groter of gelijk is aan 250m². Dit wordt opgelegd via de omgevingsvergunning. Men kan een afwijking aanvragen bij de vergunningverlener. De gemeente kan ook strengere voorwaarden stellen. Lees dus goed je omgevingsvergunning om de voorwaarden te kennen.

Infiltratievoorzieningen zijn verboden in beschermingszones voor grondwaterwinning type I of II: hier bestaat namelijk het risico dat het drinkwater verontreinigd wordt.

Infiltratievoorzieningen zijn toegestaan in beschermingszones voor grondwaterwinning type III: bij voorkeur via een open, bovengrondse en visueel controleerbare voorziening.

Hoe groot moet mijn infiltratievoorziening zijn?

De infiltratievoorziening moet zowel voldoen aan een minimum volume én een minimum infiltratieoppervlakte waarlangs het water in de bodem kan infiltreren. Hierbij mag de bodem niet mee in rekening gebracht worden omdat deze op termijn vaak dichtslibt.

De berekening gebeurt op basis van de afwaterende oppervlakte. Dit is de som van de verhardingen die afgevoerd worden (dak, terras, oprit,… die niet op natuurlijke wijze afvloeien). Hiervan mag men dan 60m² (meer bij andere gebouwen volgens berekening) aftrekken als er een correct gedimensioneerde regenwaterput geplaatst is. Indien er een groendak geplaatst werd mag hiervoor de helft van de oppervlakte meegerekend worden.

  • Volume: 25 liter per m² afwaterende oppervlakte (oftewel 2.500 liter per 100m²)
  • Oppervlakte: 4% van de afwaterende oppervlakte (oftewel 4m² per 100m²)

De volledige berekeningsmethode met voorbeelden vindt u in het technisch achtergronddocument van de GSV Hemelwater.

Voorbeeld: Ik bouw een woning met een dak van 140m², een terras van 20m² en een oprit van 80m² die afgevoerd worden. De afwaterende oppervlakte bedraagt dan 140+20+80-60 = 200m². Ik dien dus een infiltratievoorziening te plaatsen van 5.000 liter met een infiltratieoppervlakte van 8m².

De berekening wordt ook gemaakt in de aanstiplijst hemelwater die de architect dient in te vullen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Wat voor infiltratievoorziening dien ik te plaatsen?

U kan zelf kiezen wat voor type infiltratievoorziening u plaatst. Dit kan zowel bovengronds als ondergronds. De voorkeur wordt gegeven aan bovengrondse infiltratie. Er zijn hiervoor heel wat mogelijkheden.

Het type infiltratievoorziening zal ook afhangen van:

  • de gemiddelde hoogste grondwaterstand (bv. indien de grondwaterstand hoog is kan je best geen diepe infiltratievoorziening plaatsen, deze zal gevuld zijn met grondwater).
  • de doorlatendheid van de bodem

Overloop infiltratievoorziening

Als de infiltratievoorziening toch vol geraakt, kan er nog een noodoverloop voorzien worden op eigen perceel/openbaar domein. Raadpleeg hiervoor de voorwaarden van de rioolbeheerder (huisaansluitput met opschrift RWA, gracht,…). Aansluiten van regenwater op openbaar domein is niet verplicht. Er zijn zelfs gemeenten die aansluiting van regenwater op openbaar domein verbieden.

Nuttige documenten

Richtlijnen voor bovengrondse infiltratie (RBI)
Richtlijnen voor ondergrondse infiltratie (ROI)
Code goede praktijk deel 3: bronmaatregelen
Technisch achtergronddocument GSV Hemelwater