We zijn het intussen gewend: zomers die wekenlang snakken naar water. Verdorde tuinen, lage grondwaterstanden, boeren die wanhopig naar de hemel kijken. En dan, als de lucht eindelijk openbreekt, volgt een ander drama: water dat niet insijpelt maar weg dendert via straatkolken en riolen. Droogte wordt ingeruild voor wateroverlast. Het slechte nieuws? Dit scenario komt er telkens weer. Het goede nieuws? We kunnen het keren.
Een tekort dat blijft knagen
Recente cijfers tonen hoe droog Vlaanderen staat. Het neerslagtekort bedraagt 3 tot soms 4 maanden, afhankelijk van de plaats. Dat is geen dipje, maar een structureel probleem. Zelfs bij stortregens blijft het tekort schrijnend groot. We zitten gevangen in een dubbele realiteit: te droog én tegelijk te nat wanneer de buien komen.
Steeds dezelfde plaat, maar te weinig actie
We roepen het al jaren: onthard en laat regen insijpelen waar hij valt. Maar we gaan te traag. Elke warme zomer bijt die boodschap harder. We weten dat verharding de sponswerking van de bodem wegneemt, en toch leggen we elke dag nog tegels bij.
De beelden uit het Zuiden liegen er niet om: kurkdroge straten veranderen in één vingerknip in kolkende rivieren. Denk niet dat dit hier niet kan – het is hier in Limburg al gebeurd. Met de klimaatverandering wordt dit het nieuwe normaal: lange droogteperiodes, afgewisseld met buien die onze riolen niet aankunnen.
Geef wie onthardt meer terug dan wie volstort
Het goede nieuws is dat de oplossingen er zijn. Waterdoorlatende verharding, groenzones die als buffer werken, wadi’s, wegen die ontworpen zijn als spons. Het kan allemaal. En het gebeurt ook, alleen nog veel te weinig en te traag.
Vlaanderen staat op een kantelpunt. We weten wat het probleem is, we kennen de oplossingen. Nu is het moment om door te duwen met maatregelen die er écht toe doen – zoals de infiltratiebonus. Zo’n bonus hebben we vandaag nog niet. Het is een beloning voor wie regenwater op eigen terrein opvangt en laat insijpelen in plaats van het naar de riolering te sturen. Het plan ligt al op tafel, maar groen licht blijft uit.
Ondertussen tonen anderen dat het wél kan. Fluvius geeft tot 250 euro voor wie minstens de helft van zijn dakoppervlak laat infiltreren. Sommige gemeenten gaan nog verder, met premies tot wel 1.200 euro.
Waarom wachten tot het water letterlijk aan onze lippen staat? Vlaanderen kan het verschil maken met een brede, ambitieuze infiltratiebonus. Een maatregel die burgers én bedrijven beloont wanneer ze regenwater vasthouden op eigen terrein. Daarom mijn oproep aan beleidsmakers: maak ontharden aantrekkelijker dan verharden. Geef wie onthardt meer terug dan wie volstort. En stel tegelijk regels in die verharding actief terugdringen.
Kiezen voor de toekomst
Elke ontharde oprit, elk plein dat als regenplein wordt aangelegd, elke straat die waterdoorlatend wordt, maakt verschil. Dat is geen detail, dat is toekomst. Want de keuze is simpel: ofwel blijven we de prijs betalen voor droogte én overlast, ofwel bouwen we een Vlaanderen dat regen opnieuw verwelkomt.
Laat ons kiezen voor dat laatste. Bakken regen hoeven geen bedreiging te zijn. Ze kunnen opnieuw een bondgenoot worden … maar alleen als we ze een plaats geven.
