Opiniestuk door Wendy Francken, directeur VLARIO.

22 maart is het Wereldwaterdag. Daar ligt Annie uit Asse niet van wakker en dat is maar goed ook. Wie daar wel over wakker moet liggen, is iedereen die wat te vertellen heeft in de Wetstraat. En de beleidsteams van steden of gemeenten; want die hebben heel wat kaarten in handen om het waterbeleid in België in goede banen te leiden. Dat is hard nodig – maar daarover zo meteen meer.

Het thema van Wereldwaterdag 2024 is ‘Water voor Vrede’. “Wanneer water schaars of vervuild is, of wanneer mensen ongelijke of geen toegang hebben, kunnen de spanningen tussen gemeenschappen en landen oplopen. Ruim 3 miljard mensen wereldwijd zijn afhankelijk van water dat de nationale grenzen overschrijdt.” vertelt Google na een snelle zoekactie.” Dat thema is een ongemakkelijke stomp in de maag – ook in de mijne. Als directeur van kenniscentrum waterbeheer VLARIO werk ik al jaren aan de uitbouw van een goed regenwater- en afvalwaterbeleid in Vlaanderen. Ik ken de uitdagingen die we hier moeten vastpakken en toch maakt het jaarthema van de Wereldwaterdag me ongemakkelijk. ‘Water voor vrede’ is een beschaafde manier om te zeggen: er is vandaag al heel wat heibel over ‘water’ in de wereld. Over toegang tot zuiver water, over beschikbaarheid van geïrrigeerde, vruchtbare grond, over veilige plekken om te wonen en te werken. Dat spanningsveld komt met elke natte winter en elke kurkdroge zomer ook in Vlaanderen een stapje dichterbij.

Of het straks ook hier ‘fight club’ wordt over toegang tot zuiver water, vruchtbaar en veilig land? Dat is niet uit te sluiten en daarom moeten we keihard aan de bak. Ik wind er geen doekjes om: het is België niet goed gesteld met ons ‘blauwe kapitaal’. Het wordt steeds pittiger om het juiste evenwicht te vinden tussen ‘te veel’ en ‘te weinig’. Staat uw kelder onder water? Prijs uzelf gelukkig, want straks is uw woonkamer misschien aan de beurt. Denkt u wel eens: komt er straks nog genoeg water uit de kraan? Ook dat is een terechte vraag.

Waarom ik dat durf te stellen? De cijfers spreken voor zich en liggen voor onze neus te blinken. Kijk eens naar de afgelopen maanden om maar wat te noemen. Deze winter heeft het te veel geregend dan goed was voor ons humeur. Goed voor het grondwater? Absoluut niet. 60% van al dat regenwater vangen we niet goed op; we laten het gewoon weer terugstromen naar de zee. Dat is te gek voor woorden, want minstens 10% daarvan zouden wij moeten stockeren om de volgende periode van droogte zonder kleerscheuren door te komen. U weet wel – de aankomende maanden waarop ons land meer naar de Provence ruikt dan ooit tevoren.

Ik sluit graag af met goed nieuws, want er liggen haalbare én betaalbare oplossingen op tafel om ‘te veel’ en ‘te weinig’ de baas te kunnen. Als we 50% van het regenwater dat nu naar de riool loopt doeltreffend infiltreren dan zetten we een mooie stap. Als iedereen met een privé-tuin 50% van het regenwater dat nu afvloeit in eigen tuin zou infiltreren, levert dat heel wat waterwinst op. Als we drainage uit landbouwgronden naar waterlopen met 20% verminderen, is dat een grote stap voorwaarts. Als bedrijven 50% van het oppervlakte-, grond- en leidingwater vervangen door hergebruik, tikt de spaarmeter stevig naar boven. Steden en gemeenten zitten aan het stuur om deze maatregelen op muziek te zetten. Daarvoor is actie nodig én een streepje politieke moed. Over het gebrek daaraan ligt Annie uit Asse – wiens kelder vorige week onder water liep – trouwens wel wakker. Daarom wens ik op Wereldwaterdag elke beleidsmaker moed en vooral veel daadkracht toe. Dat hebben we nodig, want om in Vlaanderen de boel rustig houden, moeten we dringend 10% extra water vasthouden. En zo ziet u maar: ook hier is ‘Water voor Vrede’ dichterbij dan u op het eerste zicht zou vermoeden.

 

Lees ook: Wat is er minimaal nodig om ons te wapenen tegen de klimaatwijziging?