Terwijl Europese regeringsleiders deze week tussen Antwerpen en Alden Biesen samenkomen om te praten over veiligheid, economische weerbaarheid en de bescherming van kritieke infrastructuur, stel ik me één eenvoudige vraag: hebben we het daar ook over water? Over onze eigen veerkracht? Over hoe we ons beschermen tegen droogte én overstromingen tegelijk?

Want als Europa spreekt over veiligheid en veerkracht, dan begint een deel daarvan gewoon hier, onder onze voeten. In hoe wij omgaan met water wanneer het valt – en hoe we ons beschermen wanneer het maandenlang niet regent.

Een deel van de oplossing hebben we zelf in handen. En als het over water gaat, ziet slim risicobeheer er zo uit: maak van Vlaanderen een spons. Een spons van formaat wel te verstaan. En het goede nieuws? We zijn al begonnen. Overal in Vlaanderen duiken projecten op die regenwater vasthouden waar het valt. Het beweegt, het groeit, maar het tempo moet omhoog. Nu.

Want de cijfers spreken voor zich. Op 30 november 2025 vertoonde 58% van de Vlaamse meetplaatsen een lage tot zeer lage grondwaterstand, volgens de Vlaamse Milieumaatschappij. En dat na een jaar waarin we bijna verdronken in de regen. Hoe kan dat?

De paradox van 2024

2024 was het natste jaar ooit in België, volgens het KMI. Toch keken we amper een paar maanden later tegen een historisch watertekort aan. Begin mei 2025 lag het drinkwaterverbruik 17% hoger dan normaal, vooral doordat regenwaterputten massaal moesten worden bijgevuld met drinkwater, zo meldde De Watergroep. En de zeer droge maand maart 2025 zorgde voor een snelle daling van de waterpeilen en afvoeren van de onbevaarbare waterlopen, stelde de VMM vast.

Simpel: te veel regenwater loopt nog altijd meteen weer weg. We houden het niet lang genoeg vast. Grote delen van Vlaanderen functioneren nog als afvoersysteem. Verharding, drainagesystemen, dichtgeslagen bodems: water krijgt er te weinig kans om te infiltreren.

De rekensom die nog niet klopt

De klimaatverandering geeft ons pieken: te droog, te nat, te droog, te nat. We hopen dat die twee elkaar compenseren als een soort natuurlijke balans. Maar onder de streep klopt het nog niet. De pieken heffen elkaar niet op.

Intense neerslagbuien worden steeds vaker gevolgd door langdurige droogte. Te veel water sijpelt nog altijd weg voordat de bodem kan drinken. Naar de riolering. Naar de beek. Naar zee. Die bewustmaking dat regenwater het best vastgehouden wordt op de plek waar het valt, is werk van lange adem. Ook al zien we elk jaar mooie voorbeelden van waar het wél lukt.

De beweging is ingezet

Slim waterbeleid begint bij duizenden kleine ingrepen die samen het verschil maken. En die ingrepen gebeuren al. Kijk naar de gemeenten die wadi’s aanleggen in nieuwe verkavelingen. Naar scholen die hun speelplaatsen vergroenen én tegelijk infiltratie creëren. Naar innovatieve bedrijven die berijdbare wadi’s ontwikkelen speciaal voor Vlaamse leem- en kleigronden. Naar landbouwers die experimenteren met waterbuffering.

Infiltratie is geen raketwetenschap. Het is een principe zo oud als de aarde zelf: geef water de tijd en de ruimte om te zakken. Meer groen, minder verharding, meer open ruimte. Goed voor waterbeheer, biodiversiteit, hittebegeleiding en levenskwaliteit.

Burgers en bedrijven investeren in regenwaterputten, groendaken, infiltratiestraten, wadi’s, open verharding. Zij vangen water op waar het valt, geven het de tijd om in de bodem te trekken en ontlasten zo het rioleringsnet. De vraag is niet óf het werkt, maar hoe we dit kunnen versnellen en verbreden.

Van pioniers naar mainstream

De pioniers hebben laten zien dat het kan. Nu moeten we ervoor zorgen dat water vasthouden de norm wordt, niet de uitzondering.

VLARIO is daarom al jaren voorvechter van de infiltratiebonus. Die koppelt een financieel voordeel rechtstreeks aan voorbeeldgedrag. Door op de waterfactuur de kosten voor afvoer van regenwater te scheiden van de kosten voor afvalwatertransport en -zuivering, wordt wie regenwater op eigen terrein infiltreert financieel beloond. Simpel. Effectief. Eerlijk.

Het is het principe van ‘de vervuiler betaalt’ toegepast op water. Wie rechtstreeks regenwater afvoert naar openbaar domein betaalt voor de infrastructuur, afvoer en verwerking. Wie regenwater op eigen terrein houdt wordt beloond. Waar wachten we nog op om die stap te zetten?

Maar we kunnen verder gaan. Elk perceel dat water kan bufferen, moet dat ook doen. Elke nieuwe verharding moet gecompenseerd worden met infiltratie elders. Elke renovatie is een kans om water vast te houden.

De volgende stap

We hebben de goede voorbeelden. We hebben de instrumenten. We hebben enthousiaste gemeenten, gedreven burgers, innovatieve bedrijven. Wat we nu nodig hebben is schaalvergroting. Niet morgen. Niet in het volgende regeerakkoord. Niet na nog meer studies en werkgroepen. Morgen: in 2026.

Laten we voortbouwen op wat al werkt. Laten we van elk succesverhaal inspiratie voor een nieuw verhaal maken. Laten we Vlaanderen leren drinken om zo een spons van formaat te worden. Die spons bestaat trouwens al: in kleine stukjes verspreid over Vlaanderen. Hoog tijd om die stukjes aan elkaar te knopen.

Want terwijl Europa in Antwerpen en Alden Biesen praat over veiligheid en weerbaarheid, ligt een deel van onze weerbaarheid gewoon onder onze voeten.

 

Opiniestuk door Wendy Francken, directeur van VLARIO en board-member van EWA