Burgemeester, hoe maakt u waterbeleid dat werkt voor burger, boer én natuur?

Samenvatting VLARIO-dag 2026

Op dinsdag 31 maart 2026 kwamen meer dan 1.200 experten uit de sector van hemelwater- en afvalwaterbeheer samen in Antwerp Expo voor de jaarlijkse VLARIO-dag, die voor de eerste keer volledig was gefocust op de uitdagingen in het hemelwaterbeheer.

Vlaams minister Jo Brouns opende de VLARIO-dag en benadrukte dat de recente wereldwijde uitdagingen vragen om meer weerbaarheid. Daarom wil hij blijven investeren in een sterke leefomgeving. In lijn met Weerbaar Waterland staat weerbaarheid centraal in het waterbeleid. Hij herinnerde aan de grote investeringen: 500 miljoen euro via het Lokaal Pact en 430 miljoen euro voor de Blue Deal. De minister erkent dat de middelen voor de Blue Deal beperkt zijn, maar ziet de brede steun als stimulans om extra budget te zoeken. Binnen de Blue Deal ligt de focus op strategische gebieden en op het ontwikkelen van sponsdoelen, waarbij lokale coalities samenwerken om meer water vast te houden. Brouns benadrukte ook de nood aan snellere vergunningverlening en wil sectorale wetgeving doelgerichter maken, zonder middelen voor te schrijven — zoals recent bij de hemelwaterverordening. Europees wil hij de doelstellingen behouden, maar pleit hij voor sociaal-economisch haalbare maatregelen. Hij besluit hoopvol en dankt de aanwezigen voor hun inzet.

Tom Hofman, algemeen directeur van Sint-Lievens-Houtem, schetste de stand van zaken rond lokale hemelwater- en droogteplannen in de Vlaamse Ardennen. De gemeenten focussen op ontharding, sensibilisering en erosiebestrijding, maar 95% van de investeringsbudgetten gaat naar sanering; slechts 3% naar ontharding. Volgens Hofman komt dat door de moeilijke financiële situatie van gemeenten en de hoge nood om de saneringsgraad te verhogen. Ontharding en bronmaatregelen worden daarom vooral gekoppeld aan rioleringsprojecten. Buiten intergemeentelijke samenwerking via het landschapspark en riviercontract is er weinig tijd en geld voor beleid rond droogte of infiltratie. Extra uitdagingen zijn complexe rioleringsdossiers, vergunningen die ontharding en infiltratie bemoeilijken, en beperkte middelen bij wegbeheerder AWV. Hofman pleit voor aangepaste subsidies voor landelijke gemeenten, minder planlast, meer decentrale zuivering, erosiebestrijding in samenwerking met landbouw en sterke sensibilisering en handhaving.

Panelgesprek over waterbeheer in de open ruimte

Tijdens het panelgesprek gingen Boerenbond, Natuurpunt, VMM en VVSG in op de uitdagingen rond waterbeheer voor lokale besturen, landbouw en natuur.

VMM, VVSG en Natuurpunt benadrukten het belang van een correcte grachtenkaart als basis voor beleid. Ze erkennen de praktische moeilijkheden, maar vinden de kaart onmisbaar om stappen vooruit te zetten. Boerenbond verzet zich uit wantrouwen tegenover de overheid en vreest negatieve gevolgen voor landbouwbedrijven.

Alle panelleden waren het eens dat elke sector verantwoordelijkheid moet opnemen in het bestrijden van vervuiling in grachten. Boerenbond wees op de invloed van overstorten en ongezuiverde lozingen op meetnetten en pleitte voor verdere dialoog. Natuurpunt benadrukte de schade aan natuurgebieden door vervuild overstromingswater en drong aan op vooruitgang in zowel het mestbeleid als het beheer van overstorten. VVSG pleitte voor gebiedsgericht werken en VMM verwees naar de KRW-doelstellingen die gerichte oplossingen vragen.

Ook de rol van de overheid kwam aan bod. VVSG wil een duidelijke regierol voor gemeenten en betere afstemming met Vlaamse initiatieven. Boerenbond vraagt steun en stimulansen om landbouw een blijvende plaats in het landschap te geven. Natuurpunt pleit voor snelle realisatie van robuuste natuurgebieden in valleien. VMM benadrukte dat klimaatverandering snelle actie vereist.

Het debat toont brede overeenstemming over de noodzaak om aan het volledige watersysteem te werken. Er blijft echter spanning tussen snel handelen en het bieden van langdurige zekerheid en betrokkenheid voor alle actoren, zeker in gebieden waar ruimtelijke keuzes nog openstaan.

In een volgende reeks presentaties werd ingegaan op oplossingsrichtingen voor  de genoemde uitdagingen.

Sarah Garré (directeur ILVO-Plant, coördinator water & landbouw) benadrukt dat droogte en wateroverlast steeds vaker samen voorkomen door klimaatverandering. Lokale besturen kunnen nu al handelen door water maximaal vast te houden, landbouwpraktijken klimaatrobuust te maken en ruimte te creëren voor infiltratie en buffering. Ze toont een breed pallet aan maatregelen: wateraanbod spreiden, waterberging vergroten, duurzaam bodembeheer, efficiënte irrigatie en teeltkeuze. Cruciaal is samenwerking: water stopt niet aan perceelsgrenzen. Succesverhalen, zoals in Sint-Gillis-Waas, tonen dat gedreven ambtenaren, investerende besturen en meewerkende landbouwers het verschil maken. Brugfiguren, collectieve aanpak en structurele financiering zijn noodzakelijk om duurzame impact te realiseren. Conclusie: vertrek van de lokale context, werk samen en ondersteun structureel om droogte én wateroverlast tegelijk aan te pakken.

Raf Bellers (directeur Netbeheer, Fluvius) presenteert hoe rioolbeheerders samenwerken om overstorten te verminderen en waterkwaliteit te verbeteren. Ondanks hoge aansluitings- en zuiveringsgraden veroorzaken piekbuien en klimaatverandering steeds vaker overstorten. Digitalisatie met sensoren biedt nauwkeurig inzicht in werking, storingen en vuilvracht, waardoor investeringen beter gericht kunnen worden. Nieuwe Europese en Vlaamse regels maken monitoring verplicht en bepalen prioritaire gebieden. Een risicogebaseerde aanpak bepaalt waar ingrijpen het meeste effect heeft, rekening houdend met waterloopgevoeligheid, lokale noden en omgevingsgebruik. Oplossingen combineren bronmaatregelen (ruimte voor water), optimalisatie van het rioolstelsel en natuurgebaseerde filtering. Gemeenten spelen een sleutelrol door hemelwater buiten de riool te houden, bij heraanleg samen te werken met rioolbeheerders en te investeren waar de impact het grootst is. Samenwerking en data vormen de basis voor gezondere waterlopen.

Hanne Vandewaerde (Blue Deal coördinator bij de Regionale landschappen) toont hoe regionale landschappen een essentiële leidraad vormen voor waterbeheer. Ze werken gebiedsdekkend in Vlaanderen en verbinden partners via een drieledige aanpak. Het landschap wordt benut om afvoer te vertragen en infiltratie te vergroten, met een hoge return-on-investment. Voorbeelden van concrete acties omvatten sponsmaatregelen, grachtenactieplannen, bufferstroken en natuurgebaseerde ingrepen zoals helofytensloten. Deze projecten versterken waterberging en biodiversiteit tegelijk. De centrale boodschap: lokaal bestuur is onmisbaar. Door mensen en middelen te bundelen, complementair te werken en breed te betrekken, kunnen gemeenten het collectieve waterbelang waarmaken en hun omgeving weerbaarder maken.

Patrick Willems (KU Leuven, voorzitter VLARIO) schetst hoe lokale besturen waterweerbaar moeten worden via duidelijke waterzekerheidsdoelen. Een robuust watersysteem combineert beperking van overstromings- en droogterisico’s met een veerkrachtige samenleving. Bovenstroomse sponsmaatregelen – zoals agroforestry, verondieping van grachten en valleiherstel – vergroten het waterbergend vermogen. Innovaties zoals hergebruik van gezuiverd water, dynamische peilsturing en ASR versterken waterbeschikbaarheid. Goede lokalisatie en beheer van stuwen en infiltratie-infrastructuur vergroten de baten en vermijden nadelige effecten. Infiltratie in stedelijk gebied levert een belangrijke bijdrage, maar vraagt tijd en buffering. Conclusie: we kennen de oplossingen; nu zijn grootschalige toepassing, visie en structurele sturing noodzakelijk om Vlaanderen waterzeker te maken.

Tot slot lanceren Lander Wantens (Natuurpunt) en Wendy Francken (VLARIO) officieel het nieuwe sponslabel, een initiatief dat steden en gemeenten moet stimuleren om zich beter te wapenen tegen de gevolgen van extreem weer.

Met het sponslabel willen VLARIO en Natuurpunt zichtbaar maken welke lokale besturen hun grondgebied actief aanpassen aan een veranderend klimaat. Vlaanderen wordt immers steeds vaker geconfronteerd met een dubbele uitdaging: intense regenval die leidt tot wateroverlast, gevolgd door periodes van droogte en waterschaarste. De kern van het sponslabel is eenvoudig maar krachtig: water zoveel mogelijk vasthouden waar het valt. Dat betekent inzetten op ontharding, infiltratie, buffering en het creëren van ruimte voor water en natuur. Door minder te verharden en meer open bodem en natte natuur te voorzien, krijgen water en bodem opnieuw de tijd om elkaar te versterken.

Presentatie

Presentaties VLARIO-dag 2026

U kan steeds alle presentaties van de voorbije VLARIO-dagen terug vinden op het ledengedeelte van VLARIO.

Foto’s en recap