Juridisch
Hoe weet ik of ik een IBA moet plaatsen?

Indien uw pand gelegen is in individueel te optimaliseren buitengebied, betekent dit dat u zelf instaat voor de zuivering van het afvalwater. Dit door middel van een IBA. Een IBA kan in eigen beheer of collectief beheer. Doe navraag bij uw rioolbeheerder of zij dit aanbieden.

U kan dit opzoeken op het zoneringsplan (onderaan adres ingeven, rood = individueel te optimaliseren buitengebied).

In centraal gebied/geoptimaliseerd buitengebied, waar reeds riolering aanwezig is die aangesloten is op een RWZI (Aquafin), is het verboden om een IBA te behouden/plaatsen. Uitzondering: indien lozingspunt groter is dan 250 meter of als je over perceel van derden moet. Doe hiervoor navraag bij de rioolbeheerder.

In collectief te optimaliseren buitengebied, waar er nog riolering aangelegd dient te worden en aangesloten op een RWZI, wordt een IBA toegestaan. Opgelet want bij aanleg van riolering is er aansluitplicht en dient de IBA kortgesloten te worden.

Tegen wanneer ben ik verplicht een IBA te plaatsen?

Als u in een individueel te optimaliseren buitengebied woont, waar u zelf dient in te staan voor de zuivering van uw afvalwater, dient u op termijn een IBA te plaatsen. Hiervoor werden prioriteiten vastgelegd in de GUPs (gebiedsdekkende uitvoeringsplannen). De gemeente/rioolbeheerder informeert u hierover.

De kaderrichtlijn Water bepaalt dat tegen uiterlijk 2027 alle oppervlaktewateren over een goede ecologische kwaliteit dienen te beschikken. Men gaat er vanuit dat de sanering van de huishoudelijke afvalwaters één van de vereisten is om deze goede ecologische kwaliteit te bereiken.

Prioritaire IBA’s kan u ook raadplegen via het zoneringsplan (GUP: prioritaire IBA’s aanvinken, zie legende).

Wie controleert de goede werking van een IBA?

In principe kan de gemeente of de rioolbeheerder een controle uitvoeren op de kwaliteit van het geloosde afvalwater. Particulieren die hun IBA zelf beheren, kunnen om de vijf jaar een attest aan de gemeente vragen om een vrijstelling te krijgen van de bovengemeentelijke en eventueel van de gemeentelijke saneringsbijdrage. Op dat moment kan de gemeente een controle uitvoeren van de installatie.

IBA’s die door de gemeente of een intercommunale worden beheerd, zullen door deze instanties ook regelmatig worden gecontroleerd, doch wettelijk blijft de verantwoordelijkheid voor wat het naleven van de lozingsnormen bij de burger.

Wat zijn de lozingsnormen voor Vlaanderen?

De algemene voorwaarden voor de lozing van huishoudelijk afvalwater gelegen in het individueel te optimaliseren buitengebied zijn terug te vinden onder artikel 6.2.2.4.1. van VLAREM II. Om deze normen te halen is een IBA noodzakelijk. De belangrijkste normen voor Vlaanderen zijn:

  • De zuurtegraad (pH) moet tussen 9 en 6,5 liggen;
  • Het biologisch zuurstofverbruik (BZV): 25 mg/l;
  • Zwevende stoffen: 60 mg/l.

 

Wat met de bestaande IBA’s bij de overgang naar de nieuwe zonering?

Er geldt aansluitplicht. Een IBA dient kortgesloten te worden.

Het effluent van de IBA is reeds gezuiverd en kan niet aangesloten worden op de riolering.
Het effluent van de IBA (of andere zuiveringstoestellen voor tweedecircuitwater) kan wel hergebruikt worden als grijswatercircuit, bv. voor spoeling van toilet.

Moet ik een bouwvergunning aanvragen voor een IBA-systeem?

IBA’s die geen reliëfwijziging veroorzaken zijn niet vergunningsplichtig.

Als er wel een reliëfwijziging wordt gemaakt (zoals men soms doet voor percolatierietvelden) is er strikt genomen een bouwvergunning nodig. In buitengebieden (vooral zonevreemde woningen) is het verkrijgen van een vergunning moeilijk en worden deze aanvragen vaak geweigerd. Je vraagt dit dus best op voorhand na bij je gemeente en vraagt ook best een schriftelijke bevestiging

Kunnen verschillende woningen een gezamenlijke IBA plaatsen?

In de methodologie verstaat men onder een IBA een zuivering voor één woning. In een aantal gevallen kunnen een aantal woningen, die moeten worden uitgerust met een IBA, wel vlakbij elkaar liggen.

In deze gevallen kan dan gekozen worden voor een gezamenlijke IBA voor een aantal woningen. Er is sprake van een IBA voor systemen die het afvalwater van minder dan 20 inwoners zuiveren. Rekening houdend met een gemiddelde van 2,5 inwoners/woning, komt dit neer op een 8-tal woningen.

Systemen vanaf een capaciteit van 20IE (inwonersequivalenten) worden gecatalogeerd onder een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie (KWZI) en behoren tot de collectieve zuivering. Deze laatste worden niet als een afzonderlijke groep weergegeven op het zoneringsplan.

Technisch
Welke IBA-systemen bestaan er?

De technieken die het meest worden toegepast bij IBA’s kan men onderverdelen in compacte of mechanische systemen en extensieve systemen.

Bij de compacte systemen onderscheidt men:

  • Ondergedompelde beluchte bacteriefilter of submerged aÎrated filter (SAF) of vastbedbeluchtingssysteem
  • Biorotor
  • Aerobe bacteriefilter of oxidatiebed

 

De extensieve systemen zijn:

  • Percolatiefilters (percolatierietveld, wortelzoneveld en kokosbiobed)

 

Het zuiveringsproces kan in een of meerdere trappen verlopen, waarbij verschillende technieken gecombineerd kunnen worden.

Meer info over IBA’s vindt u ook in de waterwegwijzer bouwen en verbouwen (p.62 e.v.)

Het wordt aangeraden om een Benor/Vlaminor gekeurde IBA te plaatsen.

Waar kan ik best mijn IBA plaatsen?

Afhankelijk van de terreinkenmerken en de wensen van de eigenaar/gebruiker wordt de inplantingsplaats bepaald. De inplanting van de IBA zal in voorkomend geval tevens bepalend zijn voor de inplanting van de septische put, de besturingskast, de pompput, het infiltratiesysteem,….

Het is belangrijk bij de keuze van de inplantingsplaats rekening te houden met volgende aspecten:

  • De IBA, en in voorkomend geval de septische put, moeten te allen tijde bereikbaar zijn voor onderhoud en slibruiming en worden best zo dicht mogelijk bij de vervuilingsbron geplaatst.
  • Omwille van de stabiliteit en de mogelijkheid om het onderhoud vlot te kunnen uitvoeren mogen IBA’s niet te diep ingegraven worden (afhankelijk van het materiaal maximum 0,50 tot 1 meter diepte). Niveauverschillen in het terrein kunnen soms aangewend worden om de installatie minder diep te plaatsen en eventueel een influentpomp uit te sparen.
  • De inplanting van de IBA onder een oprit of bereidbare verharding impliceert een hogere verkeersklasse van de bekuiping en de nodige voorzieningen naar spreiding van de lasten, zoals het aanvullen met gestabiliseerd zand en het plaatsen van een betonnen verdeelplaat boven de installatie (vooral bij kunststofsystemen).
  • De besturingskast, al of niet met luchtpompje, dient zo dicht mogelijk bij de IBA te worden geplaatst (maximum 5 m). Hou rekening met eventuele trillingen, geluidshinder, esthetische waarden, bereikbaarheid,…
  • In geen geval mag de IBA geplaatst worden in een dieptepunt waar overstromingsgevaar is.
  • Bij lozing van het effluent in een infiltratiesysteem zal men rekening moeten houden met de nodige ruimtebehoefte. De afstand tussen de IBA en het infiltratiesysteem heeft weinig invloed.

 

Hoe lang gaat een IBA mee?

De verwachte levensduur van een BENOR-installatie kan 40 jaar bedragen op voorwaarde dat de installatie correct is geplaatst en dat alle onderdelen en componenten waarvan de verwachte levensduur minder dan 40 jaar bedraagt, vervangbaar zijn (eventueel via het mangat). Onderdelen die geen levensduur van 40 jaar hebben zijn onder meer:

  • Vastbedbeluchtingssystemen en actief slibsystemen:- blower (reviseren na ± 6 jaar, vervangen na ± 12 jaar)
    – PLC of schakelklok
    – voeding voor laagspanning (indien aanwezig)
    – beluchtingsmembramen (vervangen na ± 10 jaar)
  • Percolatierietveld:- zandsubstraat + riet (vervangen (eventueel gedeeltelijk) na ± 20 jaar)
    – pomp (vervangen na ± 16 jaar)
    – PLC of schakelklok
    – voeding voor laagspanning (indien aanwezig)
  • Cocosbioded:- cocosvezels (vervangen na 15 jaar)
    – pomp (vervangen na ± 16 jaar)
    – PLC of schakelklok (indien aanwezig)
    – voeding voor laagspanning (indien aanwezig)

 

Waarom kies ik best voor een IBA met BENOR attest?

Omdat installaties met Benor attest onderworpen zijn geweest aan verschillende proeven met betrekking tot de waterdichtheid en de stabiliteit van de installatie enerzijds en de zuiveringsefficiëntie anderzijds. Het Benor attest is bijgevolg een garantie dat de installatie de Vlarem-normen heeft gehaald tijdens de testprocedure van 38 weken.

De testen hebben vooral betrekking op de zuiveringsefficiëntie bij een normale belastingstest (100% belasting) met wekelijks een badwatertest. Daarnaast zijn er verschillende periodieke testen zoals 24-uurs stroomstoring, lage belastingstest (50 % van de normale belasting), hoge belastingstest (150% van de normale belasting), vakantiestresstest (geen belasting).

Let wel: Het Benor-attest is geen garantie voor de goede werking van de IBA bij de burger. Vele andere factoren spelen hierin eveneens een rol, zoals de correcte plaatsing en vooral het goed onderhoud van de installatie en het correct gebruik.

Welke IBA’s zijn Benor gecertificeerd?

De lijst van gecertificeerde IBA’s is terug te vinden op de website van Certipro: www.certipro.be

Wat met een IBA die niet meer functioneert en wat is de saneringskost?

De meeste mechanische IBA’s kunnen technisch aangepast en eventueel uitgebreid worden op voorwaarde dat de bekuiping in goede staat is en de aanpassingskost lager is dan de totale vernieuwing van de installatie.

De verwerkingskost van mechanische systemen (betonnen of kunststof bekuipingen) beperkt zich tot EUR 100 à 150. Bij kokosbiobedden van 6 IE kan na 15 jaar gebruik een additionele kost van +/- 450 EUR (exclusief BTW en transport ) bijkomen voor verwerking van het kokosmateriaal (in een verbrandingsoven). Voor een percolatierietveld van 6 IE kan na 20 jaar een additionele kostprijs bijkomen voor het verwijderen van het filtermateriaal. Deze kost is afhankelijk van de eventuele aanwezigheid van schadelijke stoffen en dient aangetoond te worden door middel van een staalanalyse.

Hoeveel energie verbruikt een IBA?

Het jaarlijks energieverbruik is afhankelijk van het systeem en bedraagt voor:

  • percolatierietvelden en cocosbiobedden: 80 kWh per jaar
  • actief slibsystemen en vastbedbeluchtingssystemen: 300 – 420 kWh per jaar
  • Aiorotoren: 1.000 – 1.600 kWh per jaar

 

Een extra pompput voor het influent of het effluent verbruikt 20 kWh per jaar.

 

Waar kan het gezuiverde afvalwater naartoe?

Gezuiverd afvalwater mag naar het oppervlaktewater (gracht, waterloop) of indien er geen oppervlaktewater in de omgeving is, kan het rechtstreeks in de bodem geïnfiltreerd worden. Infiltratievoorzieningen zijn zinkputten, infiltratiekanalen, infiltratiebekkens of opgehoogde infiltratiebedden.

Het effluent van de IBA mag niet hergebruikt worden om bv. de tuin te besproeien of bovengrondse opslag.

Eventueel is een terugslagklep in de effluentleiding nodig om terugvoer van oppervlaktewater (bij hoge waterstanden) te voorkomen.
Lozing in een baangracht impliceert zeer vaak het gebruik van een pompput omdat de effluentleiding meestal te diep zit.

Vlarem II

 

elke lozingsmethode waarbij het afvalwater rechtstreeks in de bodem of in een grondwaterlaag wordt geïnjecteerd, is verboden;
alleen de indirecte lozing van huishoudelijk afvalwater is toegestaan. Het is verboden hierin afvalstoffen te lozen of te laten toekomen;
de indirecte lozing moet gebeuren via een besterfput die aan de volgende voorwaarden voldoet:
a)een maximale diepte van 10 meter onder het maaiveld;
b)zich bevinden op een afstand van ten minste :
50 meter van een oppervlaktewater;
50 meter van elke open kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
100 meter van een grondwaterwinning;
100 meter van elke bron van drinkwater, thermaal water of mineraalwater;
c)geen overloop hebben;
d)voorzien zijn van een gemakkelijk en veilig bereikbare opening die toelaat monsters te nemen van de materie die zich in de besterfput bevindt;
de indirecte lozing in grondwater van huishoudelijk afvalwater is verboden als de openbare weg van openbare riolering is voorzien of als het gezuiverde afvalwater, rekening houdend met de afstandsregels, vermeld in punt 3°, b), in een gewoon oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater geloosd kan worden;
het huishoudelijk afvalwater moet voor het in een besterfput geloosd wordt, behandeld worden […] volgens de algemene voorwaarden, vermeld in artikel 6.2.2.3.1 en 6.2.2.4.1, in een gemeente waarvoor het gemeentelijke zoneringsplan definitief is vastgesteld.
Moet het regenwater volledig afgekoppeld worden?

De totale afkoppeling van niet vervuild hemelwater, zoals van daken, opritten en terrassen, is van het grootste belang voor de goede werking van de installatie. Hemelwater zorgt immers niet alleen voor een te sterke verdunning van het afvalwater maar veroorzaakt slibuitspoeling bij zware regenval.

Het afkoppelen vergt soms een uitgebreid uitzoeken van de volledige huisriolering. In moeilijke situaties zal men met een tuinslang water laten lopen in de dakgoten, klokputjes en de aflopen die vanuit de keuken, badkamer, wc enz. vertrekken. Het verdient aanbeveling de bestaande toestand in kaart te brengen als aanvulling bij het opmaken van het as-built dossier.

Afkoppeling van hemelwater en afvalwater, en hergebruik van hemelwater is bovendien ook opgenomen in de milieuwetgeving: VLAREM (artikel 6.2.2.1.2.4). Er dient voorkeur gegeven te worden aan volgende afvoerwijzen (vermeld in afnemende graad van prioriteit):

  • opvang voor hergebruik;
  • infiltratie op eigen terrein;
  • buffering met vertraagd lozen in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
  • lozing in de regenwaterafvoerleiding (RWA) in de straat.

 

Moet ik een septische put plaatsen voor mijn IBA?

Dit is voor de meeste installaties niet strikt noodzakelijk (wel voor percolatierietvelden en cocosbiobedden). Toch is het raadzaam om er een te plaatsen omwille van de uitbreiding van de slibstockage en om mogelijke toxische lozingen te verdunnen.

Daar zowel het zwart water (toiletten) als het grijs water (keuken, badkamer, klokputjes enz.) samen naar de septische put of de IBA afvoeren en bijgevolg alle afvalwaterstromen aan elkaar verbonden zijn, is het aangeraden op de afvoerleidingen van grijs water een sifonputje te plaatsen.

Moet ik mijn productgebruik aanpassen als ik een IBA heb?

De gebruiker koopt best biologisch afbreekbare huishoudelijke reinigingsmiddelen.

Kleine hoeveelheden onschadelijke huishoudelijke niet of slecht biologisch afbreekbare producten mogen wel in de installatie geloosd worden zoals detergenten voor de afwas, waspoeder voor de wasmachine en de vaatwasser, kleine hoeveelheden sanitaire reiniger, wasverzachter, ontkalker, waterverzachter, agressieve reinigingsproducten (bv. voor frituurpan),…

Volgende producten hebben een negatieve invloed op de zuiveringsprestaties en mogen niet geloosd worden in een IBA:
regenwater, bleekwater, agressieve ontstoppers, verf en spoelwater van verf, white spirit, thinner, motorolie, producten voor ontwikkeling van foto’s, niet afbreekbare hygiënische doekjes, desinfecterende middelen (bv. Dettol), tampons, maandverband, condooms, luiers, zuren, geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen (bv. pesticide), karton, plastiek, … alle niet afbreekbare stoffen, overvloedig veel haren van mens en dier, etensresten, plantaardige of dierlijke oliën of vetten van frituurpan, inhoud van chemische wc, giftige producten.

Welke storingen kunnen zich voordoen in de IBA?

De problemen kunnen heel verschillend van aard zijn, waarvan hieronder enkele voorbeelden:

  • productiefout
  • plaatsingsfout
  • schade aan systeem
  • verkeerd gebruik of dimensionering
  • lozingsprobleem

 

Het kan soms moeilijk te achterhalen zijn wat de precieze oorzaak van de storing is en het kan lang duren voordat het biologische zuiveringsproces weer in evenwicht is. Extreme kou en extreme warmte kunnen invloed hebben op de systemen, de afstelling kan dan wijziging behoeven.

Mogelijks voorkomende fouten kunnen verder zijn:

  • Defecten aan blowers en pompen
  • Kortsluitingen in stekkers, verdeeldozen, …
  • Luchtleidingen stuk of los
  • Alarmlampjes stuk
  • Verstopping van waterverdeelsystemen en irrigatiesystemen
  • Slechte evacuatie van het effluent
  • Verstoppen beluchtingsmembranen
  • Dichtgroeien van bacteriedragers
  • Blokkeren van elektrische kleppen
  • Breuk van aandrijfriemen

 

 

 

Hoe groot moet mijn IBA zijn?

Als een IBA ondergedimensioneerd is zal het effluent niet de gewenste zuivering halen. Daarom is het belangrijk dat de IBA correct gedimensioneerd is.
De dimensionering gebeurt op basis van het aantal inwonersequivalenten, oftewel IE.

HIerbij enkele richtlijnen:

Het is aangeraden een IBA te plaatsen voor minimum 4 IE en per slaapkamer verder te rekenen.
Bijvoorbeeld: 1 slaapkamer 4IE, 2 slaapkamers 4IE, 3 slaapkamers 5IE, 4 slaapkamers 6IE.

Voor andere gebouwen kan de tabel die gehanteerd wordt voor voorbehandelingsinstallatie als richtlijn dienen om het aantal IE te bepalen.

 

 

Hoe werkt een IBA?

De systemen voor de individuele behandeling van afvalwater bestaan in allerlei vormen en materialen, maar de werkingsprincipes zijn steeds dezelfde. Er vinden fysische processen plaats zoals bezinking en filtratie; er vinden chemische processen plaats zoals fosfaatbinding en er vinden biologische processen plaats. De IBA-systemen zijn zo geconstrueerd dat de verschillende processen optimaal kunnen verlopen. De biologische processen zijn dezelfde als deze die in de vrije natuur voorkomen. In deze processen gebruiken kleine levende organismen de stoffen uit het afvalwater voor hun eigen levensprocessen. Door omstandigheden te creÎren waarin de organismen worden gestimuleerd, kan het zuiveringsrendement van de IBA worden opgevoerd tot boven de 90%.
De meeste mechanische systemen onderscheiden drie trappen in het zuiveringsproces:

  • de voorbehandeling (of primaire zuivering) heeft als doel de grove bezinkbare bestanddelen uit het afvalwater te verwijderen om te voorkomen dat deze verderop in de installatie aanleiding geven tot procesproblemen.
  • de biologische zuivering (of secundaire zuivering). In deze trap vindt de omzetting plaats van de organische vuilvracht en van de nutriÎnten uit het afvalwater naar voor het milieu minder schadelijke componenten. Het zuiveringsproces kan in een of meerdere trappen verlopen, waarbij verschillende technieken gecombineerd kunnen worden.
  • de nabehandeling. In deze derde trap gaan de zwevende stoffen en de afgestorven bacteriÎn die zich in het gezuiverde afvalwater bevinden afgescheiden worden van het gezuiverde effluent, bijvoorbeeld met behulp van een nabezinktank. Het slib dat zich op de bodem afzet, wordt gestockeerd als spuislib of gerecirculeerd naar voorgaande trappen.

De extensieve systemen (percolatierietvelden, cocosbiobed, …) werken met een dragermateriaal waarop bacteriën groeien en waarover het water door middel van een pomp éénmaal wordt verspreid.

Financieel
Wat kost een gecertificeerde IBA?

De kostprijs van een IBA wordt bepaald door de aankoopkost, de plaatsingskost, de jaarlijkse exploitatiekost en de saneringskost op het einde van de levenscyclus.

  • De aankoopkost bedraagt, afhankelijk van de gekozen technologie en de techniciteit van de installatie, 2.500 tot 5.000 euro (exclusief btw).
  • De plaatsingskost varieert van 2.000 tot 3.500 euro (exclusief btw) en is afhankelijk van de ligging. Vooral de lengte van de aan te leggen leidingen en de lozingsmogelijkheden bepalen de prijs van de plaatsing.
  • De jaarlijkse exploitatiekost is afhankelijk van het systeem en omvat het jaarlijks nazicht, de herstellingen en het energieverbruik. De gemiddelde jaarlijkse exploitatiekost berekend voor een levensduur van de installatie van 40 jaar kan als volgt geraamd worden:- Actief slibsystemen en vastbedbeluchtingssystemen:
    – zonder uitgebreide voorbezinker: 269,50 euro
    – met uitgebreide voorbezinker: 259,50 euro
    – percolatierietveld: 197 euro
    – cocosbiobed: 186 euro
  • De saneringskost (uitgraven + verwerken) van mechanische systemen (betonnen of kunststof bekuipingen) en van septische putten bedraagt ± 150 euro. Voor een percolatierietveld van 6 IE kan na 20 jaar een additionele kostprijs bijkomen voor het verwijderen van het filtermateriaal. Deze kost is afhankelijk van de eventuele aanwezigheid van schadelijke stoffen en dient aangetoond te worden door middel van een staalanalyse. Bij kokosbiobedden van 6 IE dient na 15 jaar gebruik het cocosmateriaal vervangen te worden. Deze kostprijs zit vervat in de exploitatiekost.
Wie betaalt de IBA?

De Vlarem-wetgeving voorziet dat de burger verantwoordelijk is voor de zuivering van zijn afvalwater indien de woning op het zoneringsplan gelegen is in het individueel te optimaliseren buitengebied.

Woningen die niet voorkomen op het zoneringsplan worden ook automatisch toegekend aan het individueel te optimaliseren buitengebied. Dit betekent dat in dat geval de financiering van de aankoop, de plaatsing en het onderhoud van de IBA ten laste is van de burger.

Verschillende gemeenten en intercommunale rioolbeheerders zijn er echter van overtuigd dat die verantwoordelijkheid niet bij de burger mag liggen en nemen zelf het initiatief om de IBA’s te plaatsen en te beheren. Informeer bij uw rioolbeheerder of zij een ‘collectieve IBA’ aanbieden.

De aanleg en de exploitatie door de overheid van IBA’s op particulier domein vergt echter goede afspraken.

Kan ik als particulier een subsidie krijgen voor de aanleg van mijn IBA?

De nieuwe gewestelijke subsidieregeling bepaalt dat enkel gemeentebesturen en intercommunale rioolbeheerders een subsidie kunnen krijgen indien zij zelf de aankoop en de exploitatie voor hun rekening nemen. Deze is vastgelegd op 1.750 euro voor een niet prioritaire IBA en 3.500 euro voor een prioritaire IBA.

Dit betekent dat IBA’s aangekocht en geëxploiteerd door particulieren niet meer subsidieerbaar zijn. Wel kan er eventueel nog een gemeentelijke subsidie worden gegeven. Gemeentebesturen die de aanleg en de exploitatie van IBA’s in eigen beheer of door een intercommunale uitvoeren geven geen subsidie.

Moet ik nog een saneringsbijdrage betalen als ik een eigen IBA heb?

Indien de IBA aangekocht, geplaatst en geëxploiteerd wordt door de burger, kan deze een vrijstelling aanvragen voor de bovengemeentelijke saneringsbijdrage. In sommige gemeenten kan er ook een vrijstelling aangevraagd worden voor de gemeentelijke saneringsbijdrage.

IBA’s aangekocht, geplaatst en geëxploiteerd door de gemeente of door intercommunale rioolbeheerders worden vrijgesteld van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage, maar de gemeente zal in dat geval dan wel de gemeentelijke saneringsbijdrage aanrekenen. Wanneer de gemeente of rioolbeheerder dus instaat voor de plaatsing en het onderhoud van de IBA kan maximaal evenveel gevraagd worden als het maximum dat de burgers die aangesloten zijn op de riolering betalen.

Wat kost een slibruiming en hoe vaak moet men ruimen?

Aangezien het slib naar een erkend slibverwerkingsbedrijf moet afgevoed worden, kan de prijs voor particulieren oplopen tot 200 euro per ruiming. Voor collectieve ruimingen van het primair slib (in de septische put/voorbezinker of de voorbezinkkamer van de IBA) door gemeentebesturen of intercommunale rioolbeheerders kan de kostprijs per ruiming gehalveerd worden.
De ruimingsfrequentie is afhankelijk van de vuilvracht, het type installatie en de aanwezigheid van een septische put of afzonderlijke voorbezinker. Gemiddeld zal men om de 2,5 jaar moeten ruimen bij installaties zonder septische put of afzonderlijke voorbezinker en om de 5 jaar wanneer een septische put of voorbezinker van min. 3.000 liter aanwezig is

Varia
Hoe een keuze maken tussen de verschillende IBA’s?

De keuze van een IBA begint bij de technische mogelijkheden van de inplantingsplaats. Maar ook het influentdebiet en de belasting van het afvalwater spelen een belangrijke rol. Daarnaast zijn er een aantal kwalitatieve en financiële criteria die tot een goede keuze moeten leiden.

In volgorde van belangrijkheid zijn volgende criteria keuzebepalend:
– zuiveringsprestaties
– duurzaamheid van de materialen
– storingsdetectiesysteem
– kostprijs
– vervangbaarheid van de installatie of van onderdelen ervan
– stabiliteit van de installatie
– bijsturingsmogelijkheden in de procesvoering
– onderhoudsbehoefte
– gebruikscomfort
– afwerking van de installatie

De garantie voor een goede werking van de installatie is van primair belang en zal ook de exploitatiekost gunstig beïnvloeden.

Wat houdt het onderhoud in?

Het jaarlijks onderhoud beperkt zich meestal tot:

  • Controle van de goede werking van het systeem
  • Kleine schoonmaak van de installatie
  • Reviseren of vervangen van blower (na 20.000 à 30.000 uren) (indien aanwezig)
  • Controle van pomp (indien aanwezig), reviseren of vervangen indien nodig
  • Vervangen van de beluchtingsmembranen na 10 jaar (indien aanwezig)
  • Voor rietvelden: doorspuiten influentverdeelsysteem (burger zelf zorgt voor tweejaarlijks maaien van rietveld)
  • Nazicht van de installatie op:
    corrosieschade;
    lekkage;
    constructiegebreken.
  • Meten van de slibvorming en evalueren van de noodzaak tot slibruiming in:
    septische put of voorbezinker;
    voorbezinkkamer;
    beluchtingskamer;
    nabezinkkamer.
  • Controle drijflaagvorming
  • Controle/vervangen van de mechanische en elektromechanische onderdelen
  • Controle /vervangen van de besturingscomponenten, de bedrading en de leidingen
  • Controle van het beveiligings- en alarmsysteem
  • Controle van de instellingen van looptijden en wachttijden
  • Vaststellen waarnemingen:
    geur;
    kleur effluent;
    algemene toestand van de installatie.
  • Eventueel bemonstering van het effluent (en influent)
  • Aanvullen van het logboek

 

Wat houdt het omnium onderhoudscontract in en wat is hiervan de kostprijs?

Het omnium onderhoudscontract biedt de IBA-eigenaar/gebruiker niet alleen de zekerheid dat storingen snel worden verholpen, maar zorgt tevens voor een jaarlijkse controle op de werking van de installatie. De voorwaarde is wel dat de IBA uitgerust is met een performant foutdetectiesysteem zo dat de storingsmeldingen tot bij de hersteldienst geraken. Bovendien moeten in het omnium onderhoudscontract zowel de werkuren als de verplaatsing en de vervangstukken in de installatie of de besturingskast begrepen zijn. Enkel de behuizing valt buiten het onderhoudscontract.

De kostprijs van een omnium onderhoudscontract varieert van 180 euro tot 250 euro per jaar exclusief btw. De kosten van de slibruiming zijn niet inbegrepen. Bij controle wordt wel aangegeven of er al of niet slib moet geruimd worden.

Zijn er geen risico’s voor de volksgezondheid verbonden aan IBA’s?

Het voorkomen van allerlei “enge” bacteriën in het IBA-systeem kan bij de onwetende gebruiker/burger leiden tot het idee dat het IBA systeem een bron van ziekten is. De in de zuivering actieve micro-organismen zijn echter geen ziekteverwekkende organismen. Wel moet ingezien worden dat de huishoudelijke lozing zelf ziektekiemen kan bevatten. De meeste organismen die uit ons lichaam of ons voedsel voortkomen kunnen niet echt goed overleven in het vijandige milieu van het IBA-systeem. Zij worden opgenomen in de slibcomplexen en zullen daar worden belaagd door andere organismen. De verblijftijd heeft veel invloed op de overlevingskansen. Hoe langer de verblijftijd, hoe kleiner de overlevingskansen. Een volledig gegarandeerde eliminatie is niet mogelijk met de standaardsystemen. Men moet derhalve terughoudend zijn met het gebruik van IBA effluent, ook als het helder en reukloos is. Hergebruik, zelfs voor het besproeien van de tuin of het doorspoelen van toiletten, is af te raden zonder aanvullende behandeling.

Checklists voor de controle van IBA’s:

Checklist jaarlijkse controle IBA
Checklist IBA administratie
Checklist eerste controle

 

1. Doelstelling

Een IBA moet het afvalwater zuiveren zodat de lozing voldoet aan de Vlaremnormen.

De goede werking van een IBA is afhankelijk van vele schakels: de kwaliteit van het toestel, de plaatsing van het toestel, de opstart, het afvalwater dat op de IBA geloosd wordt en het onderhoud (zowel mechanisch als biologisch).

De plaatsing, de opstart en het onderhoud van de IBAís gebeurt best door specialisten.

De analyseresultaten zijn de manier om te testen of het systeem werkt, maar zijn ook maar een momentopname. Daarom zijn herhaaldelijke analyses wenselijk. In het beste geval wordt het effluent opgevolgd door de leverancier/installateur bij oplevering en meer frequent door de specialist die instaat voor het onderhoud.

Deze checklist kan de gemeente of intercommunale rioolbeheerder (ic) helpen om de werking van de IBA’s en van de verschillende specialisten in de IBA-keten (aankoop, plaatsing, opstart en onderhoud) te controleren.

Als de gemeente of ic dankzij haar controles problemen vaststelt, kan ze de particulier of specialisten uit de IBA-keten verwittigen zodat deze naar een oplossing kunnen zoeken. In laatste instantie kan een gemeente strafrechterlijk proberen maatregelen af te dwingen om de IBA’s goed te doen werken.

Het spreekt voor zich dat de communicatie vlotter zal verlopen en men de doelstelling (goed zuiverende IBA’s) makkelijker zal bereiken, naarmate er meer schakels in de IBA-keten gebeuren in opdracht van de gemeente of ic.

2. Checklist in 3 delen

2.1 Administratie

Informatie die je best op voorhand opvraagt en controleert op je bureau.
Ontbrekende info kan je aanvullen tijdens je plaatsbezoek.

Ook de parameters die je door een erkend labo kan laten analyseren zijn in dit deel opgenomen.
De analyseparameters zijn onderverdeeld in de parameters die je minimaal nodig hebt om te zien of de lozingen voldoen aan de Vlaremnormen en de optionele parameters waarvoor geen Vlaremnormen bestaan, maar die een vollediger beeld geven van de effluentkwaliteit.

2.2 Eerste controle

Dit deel dient voor een eerste plaatsbezoek van een bestaande IBA.
Bij nieuw te plaatsen IBA’s voer je deze controle het liefst uit binnen 6 weken na opstart van de IBA

Bij deze eerste controle focus je op de kwaliteit van het aangekochte systeem (BENOR-keurmerk of gelijkwaardig) en op de vergelijking van het as built plan met de realiteit.

Analyse van het effluent is de meest sluitende en belangrijkste stap in de controle

2.3 Jaarlijkse controle

Om te voorkomen dat kleine problemen blijven aanslepen en grote problemen en grote kosten worden, worden de IBA’s best minstens eenmaal per jaar gecontroleerd.

Bij deze controles wordt vooral het onderhoudslogboek nagekeken.

Ook hier is analyse van het effluent de meest sluitende en belangrijkste stap in de controle.

 

Aanbevelingen om met IBA’s tot een goed zuiveringsresultaat te komen
Aanbevelingsnota IBA 09/2007

 

Wat met het effluent?

Het effluent van de voorbehandelingsinstallatie dient bij niet-ingedeelde inrichtingen aangesloten te worden op de DWA-riolering, bij ingedeelde inrichtingen dient men de omgevingsvergunning (milieuvergunning) te raadplegen. De lozing van het voorbehandelde afvalwater uit de septische put of het gezuiverde afvalwater die uit de IBA komt (het effluent) is geregeld in Vlarem II art. 6.9.2. Als er binnen een straal van 50 meter oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor regenwater aanwezig is, moet het effluent hierop aangesloten worden. In het andere geval moet men het gezuiverde afvalwater lozen via een besterfput die voldoet aan de bepalingen uit dit Vlarem-artikel.
Aanbevelingen dimensionering infiltratievoorziening voor regenwater-effluent

Bestektekst voor de aanleg van voorbezinkers en individuele waterzuiveringsinstallatie

Werkgroep 4 van Vlario schreef ten behoeve van gemeenten en intercommunales een modelbestek voor de levering en plaatsing van voorbezinkers en IBA’s. Het bestek werd geïnspireerd vanuit vier belangrijke doelstellingen met name een hoge duurzaamheid, een maximale betrouwbaarheid, een optimale prijs/kwaliteitverhouding en last but not least een hoge zuiveringsefficiëntie. Voor dit laatste werden in het bestek zuiveringsnormen opgelegd die strenger zijn dan de Vlaremnormen. Dit om te voorkomen dat de installaties moeten vervangen worden wanneer de Vlaremnormen op termijn strenger zouden worden. De technische voorwaarden van dit bestek laten de mogelijkheid open om met alle gangbare zuiveringstechnieken voor individuele waterzuivering in te schrijven.

Om de vier genoemde doelstellingen maximaal aan bod te laten komen werd de algemene offerte-aanvraag als gunningswijze gekozen. De technische waarde van de offerte, de prijs, de organisatie van het opvolgingssysteem door de aannemer en de exploitatiekost op 15 jaar zijn de gunningscriteria.

Dit modelbestek laat uiteraard aan het opdrachtgevend bestuur de mogelijkheid om bijkomende voorwaarden op te leggen of om wijzigingen aan te brengen.

Bestek IBA
Meetstaat IBA

Nuttige documenten

Overeenkomst burger - gemeente
Onderhoudscontract extensieve IBA's gemeente
Onderhoudscontract compacte IBA's gemeente
Kostprijsberekening IBA's
Tips en tricks voor de IBA gebruiker
Erkende laboratoria

Links

www.vmm.be
www.waterloketvlaanderen.be
www.certipro.be