Burgemeester, uw waterlopen zijn niet proper. En nu?

We blikken terug op een geslaagde dag met maar liefst 879 aanwezigen.

Bekijk de foto’s
Bekijk de Kanaal Z Cocktailreportage
Bekijk de infomercial van Vlario – samen voor zuiver water! 

Samenvatting Vlario-dag

De toelichtingen vindt u op het ledengedeelte.

Onze riolerings- en waterzuiveringssector heeft zich in de laatste jaren sterk veranderd.

  • Het decreet integraal waterbeleid hertekende in 2006 het landschap.
  • Intercommunales voor energie en water werden ook
  • Aquafin stelde als bovengemeentelijk rioolbeheerder zijn diensten ter beschikking van de gemeenten.

Krachten werden op die manier gebundeld, en de evolutie is nog lang niet ten einde.

VLARIO heeft dit proces aandachtig gevolgd en daarin ook een actieve rol gespeeld.  De laatste jaren hebben we volop ingezet op het contact met en de ondersteuning van de gemeenten.  Want ook gemeenten die zelf geen rioolbeheer meer doen, blijven beschikken over een schat aan ervaring en expertise en blijven belangrijke partners voor de sector.  Om onze doelstelling: nl. propere waterlopen  bereiken, hebben we alle gemeenten, hun lokale bestuurders en de medewerkers van de gemeentelijke administraties hard nodig.  Enkel als we samen aan één koord trekken, kunnen we deze ambitieuze doelstellingen halen.

Burgemeesters, schepenen en medewerkers van de administratieve diensten hebben een héél belangrijke rol wanneer het over riolering en inrichting van de publieke ruimte gaat.

Heel wat gemeenten veronderstellen ten onrechte, als gevolg van de overdracht van hun rioleringsstelsel aan een rioolbeheerder, ontslagen te zijn van elke verantwoordelijkheid dienaangaande.

Met z’n allen hebben we moeten vaststellen dat ‘Water’ opnieuw geen thema bleek te zijn bij de gemeenteraadsverkiezingen in oktober 2018.  Toch zal niemand de komende jaren  aan de gevolgen van de klimaatverandering ontsnappen. We krijgen met extremer weer te maken.  Meer hitte, meer droogte, maar tegelijk ook afgewisseld met meer regen en storm, in vormen en intensiteiten die we nog niet kennen!  Vandaag vinden we buien waarbij in één uur 40 tot 60 mm neerslag naar beneden komt al heftig. Maar volgens deskundigen moeten we in de toekomst rekening houden met buien van 90 mm neerslag en méér per uur. En dat betekent dus zware overlast en we zullen lokaal ingrijpende maatregelen moeten treffen om ons hiertegen te wapenen.

Gemeentelijke mandatarissen maken zich vooralsnog geen zorgen.  De burger is vooral geïnteresseerd in thema’s zoals veiligheid en zorg.  Water is van een andere orde, dat is voor niemand een discussiepunt.  Immers, als het over riolering, waterkwaliteit of wateroverlast gaat, is iedereen het over het algemeen met elkaar eens: men gaat ervan uit dat ons watersysteem goed wordt geregeld. Daar betalen ze ook voor, via de prijs voor hun drinkwater in de vorm van een saneringsbijdrage.

Dat ‘water’ geen thema was in de verkiezingsstrijd is een feit en ook geen probleem zolang het maar in de beleidsplannen aan bod komt.  VLARIO roept daarom dringend op om tot actie over te gaan, om de GUP’s te realiseren, om klimaatmaatregelen te treffen en om een hemelwatervisie te ontwikkelen en te implementeren in het kader van ruimtelijke adaptatie, en hierbij dient de burger niet vergeten te worden.

Om de Kaderrichtlijn Water te halen dient tegen 2027 4 miljard euro te worden geïnvesteerd waarvan 1/3 van de projecten lopend beleid zijn – dus projecten die reeds op een subsidieprogramma staan ingeschreven en waar u als gemeente enkel maar moet bevestigen dat dit project ‘vooruit’ moet gaan.  2/3 van de projecten horen toe aan nieuw beleid van de gemeente.  Het is daarom van cruciaal belang dat dit jaar, wanneer de gemeenten en rioolbeheerders hun meerjarenplan 2020-2025 opmaken, nieuwe doelstellingen inzake rioolbeleid geformuleerd worden.  VLARIO is alvast tevreden dat VMM heel wat werk heeft verricht en straks met de gemeenten in overleg zal gaan om duidelijk te maken wat er dient te gebeuren.

Een slimme burgemeester investeert op tijd. 4 op 5 gemeenten zijn kostendekkend.  20% dus niet en er is bijkomend nog een grote diversiteit onder de gemeenten. Maar globaal zijn er vandaag in principe middelen genoeg om actie te ondernemen en is de sector financieel gezond. Dit is een positief signaal, maar het betekent niet dat we er zijn. Er werden ook een hele resem randvoorwaarden vermeld en één van de belangrijkste is om de doorlooptijd van rioleringsprojecten terug tot een aanvaardbaar niveau te brengen.  We hebben met VLARIO en al haar partners het afgelopen jaar hard gewerkt om de gekende pijnpunten weg te werken en de doorlooptijden te reduceren.  Neem de aanbevelingen van onze werkgroep ter harte en ga aan de slag. Los van deze gekende knelpunten die we nu aan het wegwerken zijn, moeten we komen tot een constante in de markt, zonder dat een gemeente geld verliest door uitstelgedrag.

VLARIO pleit dan ook voor een snellere vernieuwing van de rioleringsstelsels, en legt de bal in het kamp van de lokale besturen die we ten volle zullen ondersteunen. Het zijn de gemeenten en intercommunales die investeren in nieuwe rioleringen en zuiveringsinstallaties.  Dat de Vlaamse zuiveringsgraad — tegenwoordig 84 procent — er de jongste zes jaar met amper vijf procent op vooruit is gegaan, is toch wat verontrustend. Zeker als je weet dat de vooruitgang 16 procent bedroeg in de periode tussen 2006 en 2012. Het tempo moet dus weer omhoog en daar kunnen jullie vanaf morgen opnieuw voor zorgen.

We moeten de krachten blijven bundelen en samen gaan voor zuiver water! We hopen dat de toelichtingen op de Vlario-dag menig aanwezigen heeft kunnen inspireren.

 

De uitdaging: De kaderrichtlijn water

De Europese Kaderrichtlijn Water, die in 2000 vastgesteld werd, legt dit streven naar een ‘goede toestand’ ook wettelijk vast. Het einddoel van de Kaderrichtlijn Water is om de goede toestand voor alle Europese watersystemen te bereiken in 2027.

Jan Verheeke, secretaris bij de Vlaamse Minaraad, bracht als inleiding een situering van de waterketen waar het bij VLARIO om draait: de keten die loopt van drinkwaterwinning tot aan de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Die keten hangt af van het onderliggende watersysteem, en dus van de goede toestand van grondwater- en oppervlaktewaterlichamen. Vanuit die afhankelijkheid besloot Jan Verheeke dat de goede toestand van onze watersystemen dus in de eerste plaats iets is waarbij we allen een feitelijk belang hebben.

In de afgelopen jaren is gebleken dat het Vlaamse Gewest, samen met gemeenten en andere betrokken overheden, heel wat hebben geïnvesteerd om de goede toestand van de Vlaamse watersystemen te bekomen. Toch is het ons nog niet gelukt – en het ziet er niet echt naar uit dat we het einddoel van 2027 zullen behalen. Vraag is dan wat er moet gebeuren, en met welke financiële middelen. Daartoe heeft het CIW in de afgelopen jaren een ad hoc overleggroep laten beraadslagen.

Jan Verheeke, die deze overleggroep voorgezeten heeft, rondde zijn uiteenzetting af met een overzicht van de oplossingsrichtingen die de overleggroep had bediscussieerd.

  • De systemische benadering van de Kaderrichtlijn dient meer tot zijn recht te komen, door meer gebiedsgericht te gaan investeren, met name in functie van de goede toestand van het betrokken waterlichaam.
  • Meer richten op de private partijen – landbouw en industrie – die aangemoedigd moeten worden meer te investeren in goed waterbeheer. Dit kan gebeuren met het doorvoeren van geschikte verdienmodellen en prikkels.
  • De pistes ‘meer geld’ en ‘meer tijd’ bleken niet echt aangewezen, maar ze leidden wel tot zinnige aanbevelingen; zoals de bij VLARIO reeds langer lopende discussie over de versnelde doorlooptijd van projecten.
  • Governance zou sterk moeten verbeteren: het management van de relaties van partijen die bij waterbeheer betrokken zijn. Overheidsprocessen moeten beter samen sporen, projectkorven moeten doorwerken tot in de BBC, gebiedsgericht overleg moet verbeterd worden, aansturing moet gebeuren op doelen, kostenverdeling moet op basis van bekomen voordeel, en ruimtelijke en inrichtingsprocessen moeten beter afgestemd worden op waterbeheer.

 

Gezonde waterlopen: wat betekent dit voor uw gemeente?

Er is reeds veel geïnvesteerd in de uitbouw van saneringsinfrastructuur de voorbije decennia, en dit heeft duidelijk haar vrucht afgeworpen.  Toch is het werk niet af en zijn er ook de komende jaren nog aanzienlijke inspanningen nodig om de saneringsinfrastructuur verder uit te breiden.  Dit is een noodzakelijke bijdrage voor het bereiken van de goede toestand in onze waterlopen tegen 2027.

De tijd dringt en daarom is het noodzakelijk de focus te leggen op de juiste projecten.

Om hier een insteek voor te geven heeft de VMM een model ontworpen, waarin de effecten van verschillende ingrepen in de saneringsinfrastructuur begroot worden.

Hieruit blijkt dat ingrepen in de saneringsinfrastructuur alleen, niet tot de goede toestand in Vlaanderen zullen leiden. Er zal tussen de verschillende actoren (huishouden, industrie en landbouw) moeten samen gewerkt worden.

Bekijken we de druk die veroorzaakt wordt door de  huishoudens, dan zal de VMM per gemeente een overzicht geven van de plaatsen waar en hoeveel  bijkomende vuilvracht nog moet ingezameld worden.   De gemeente kan dan verder aan de slag met deze doelstelling.

Nu we de prioriteiten met de huidige en beschikbare kennis scherp gesteld hebben, kunnen we ook de financiële impact doorrekenen. Op het niveau van Vlaanderen zouden de huidige middelen ruwweg volstaan om de noodzakelijke uitbreidingen te doen. Het is dus belangrijk dat de gemeentelijke rioolbeheerders hun verantwoordelijkheid nemen en dit vertalen in concrete projecten in de komende beleidscyclus om een gerichte stap vooruit te zetten tegen 2027. Wel zijn er grote verschillen tussen de gemeentes, afhankelijk van het gekozen scenario is de oefening voor de helft tot 2/3 van de gemeenten haalbaar. Omgekeerd is het voor 1/3 tot de helft van de gemeenten een ernstige uitdaging.

Hier mee omgaan zal creativiteit vergen van zowel de sector als het beleid.  Er zijn wel een aantal elementen die kunnen bijdragen aan de oplossingen. Zoals een duurzame materiaalkeuze voor de aanleg van riolering en de levensduur ervan maximaliseren en niet vroeger dan nodig de riolering vervangen, zijn kosten besparend. Daarnaast kunnen ook beleidskeuze rond een vorm van tariefregulering en de toewijzing van subsidies hieraan bijdragen. Tot slot zullen evoluties zoals de betonstop het sluiten van kringlopen een duw in de rug geven.

Vanuit VMM zullen we de rioolbeheerders een instrument bezorgen met daarin de verwachtte doelstelling, een simulator voor de financiële impact en tot slot tips en tricks om de zoneringsplannen bij te sturen.


Beleidsplan ruimte Vlaanderen

Met de goedkeuring van de strategische visie Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zette de Vlaamse Regering een volgende belangrijke stap naar een nieuw ruimtelijk beleid waarbij klimaatrobuuste ontwikkeling van steden en dorpen hand in hand gaat met het vrijwaren van de resterende open ruimte.

Robin De Smedt van het departement omgeving toonde  een kort filmpje dat laat zien op welke manier gemeenten vandaag aan de slag kunnen met de strategische visie.

De recente studie over monetariseren van Urban Sprawl in Vlaanderen brengt kosten en baten van versnippering en verlinting in beeld. De resultaten liggen in dezelfde lijn van de VLARIO-studie waarbij de impact van het BRV op het rioleringsbeleid werd onderzocht.

Een krachtig lokaal beleid rond groenblauwe dooradering verbindt ruimte en water op schaal van een gemeente: de doelstellingen voor waterkwaliteit, overstromingen en droogte worden gezamenlijk opgelost én de ruimtelijke ordening wint er ook bij. Het is een win-win-win-win verhaal voor klimaatadaptatie, gezondheid, biodiversiteit en belevingswaarde én is iets waar elke gemeente vandaag onmiddellijk op kan inzetten.

De ontwikkelde methodieken voor opmaak van een hemelwaterplan en een groenplan kan gemeenten daarbij ondersteunen. Elke vergunningsaanvraag in een gemeente biedt kansen voor groenblauwe dooradering: benut ze maximaal!

Ontwikkel bij voorkeur een transparant vergunningenbeleid waarin je duidelijk maakt op welke manier je verwacht dat publieke en private investeerders omgaan met de ruimte en groenblauw integreren – vooraleer het eerste plan getekend wordt. Ook hier is een goed evenwicht tussen kosten en baten van belang.

En ook in de rioleringsprojecten zelf biedt groenblauwe dooradering een garantie op kwaliteit. Door afvoer van regenwater in buizen onder de grond te vermijden en het langzaam te laten infiltreren in ontharde ruimte krijg je aantrekkelijke voortuinen, straten en pleinen. Dergelijke projecten starten niet aan de tekentafel, maar eerst in de buurt zelf: via participatie en innovatie vergroot je het draagvlak en de bewustwording van de bewoners waardoor ook rioleringsprojecten verschillende maatschappelijke baten samen kunnen realiseren, minder zullen vastlopen en dus vaak sneller en goedkoper kunnen worden uitgevoerd.

 

Waterrobuust ontwerp bij nieuwe verkavelingen

Bruno Samain, werkzaam bij de dienst Integraal Waterbeleid bij de Provincie Oost-Vlaanderen, vroeg om water als sturend ontwerpcriterium te hanteren bij de uitwerking van verkavelingen en andere projecten. Samen met de klimaatverandering, kan toenemende urbanisatie namelijk zowel de overstromings- als de verdrogingsproblematiek versterken. We moeten daarom steeds afgewogen keuzes maken in verband met het watersysteem: doordacht omgaan met (keuze van) verhardingen, nagaan van mogelijkheden voor (collectief) hergebruik van hemelwater, optimaal inzetten van de infiltratiemogelijkheden ter plaatse en het minimaliseren van de waterafvoer,…. Bruno benadrukte dat dergelijke maatregelen niet alleen positief zijn voor het watersysteem, maar ook een ruimtelijke meerwaarde kunnen creëren met positieve effecten voor mens en omgeving in en rond elke nieuwe ontwikkeling.

 

Burgers overtuigen

Elina Bennetsen van YAKU en het Gents Milieufront gooit het over een andere boeg. Ook de burgers kunnen hun steentje bijdragen. Met de organisaties YAKU en het Gents Milieufront worden verschillende voorbeelden gegeven hoe je de burger beter kan betrekken en ondersteunen om zelf actie te ondernemen.

 

Lange doorlooptijden projecten

Carl Verelst, voorzitter werkgroep projectmanagement, blikt terug naar de Vlario-dag van vorig jaar waar het charter ondertekend werd door verschillende actoren met de belofte om de doorlooptijden te doen verkorten. Hoe ver staan we hiermee vandaag? Carl Verelst moedigt de deelnemers aan om altijd de doorlooptijdtoets te doen bij het maken van iedere keuze of het nemen van iedere beslissing (en zeker bij het uitstellen van een beslissing) en doet een oproep aan alle actoren om zich hiervoor te blijven inzetten. Lees hieronder de samenvatting.

Samenvatting projectmanagement Vlario-dag - Carl Verelst

 

Op 5 april keurde de Vlaamse regering het ontwerp goed van het optimalisatieprogramma van Aquafin voor 2020 dat de Vlaamse Milieumaatschappij heeft voorgelegd aan Vlaams Milieuminister Koen Van den Heuvel (CD&V). Dit programma omvat 140 projecten voor een bedrag van 230 miljoen €. Het merendeel van dat optimalisatieprogramma, 130 miljoen €,  gaat naar het overnemen van gemeentelijke rioleringsinspanningen, via het budget voor het Lokaal Pact. Ook via de subsidieprogramma’s voor riolering en individuele zuivering blijft het Vlaamse Gewest de gemeenten ondersteunen.

Programma

8u.30Ontvangst en aanmelding
9u.30Openingswoord
Door minister Koen Van den Heuvel, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw
9u.50De uitdaging! De Kaderrichtlijn Water… wat betekent dit en wat moet er gebeuren?
Door Jan Verheeke, secretaris MINA-raad
De Kaderrichtlijn Water (oktober 2000) is een nakomertje in de familie van Europese waterrichtlijnen. Maar die richtlijn werd meteen ook de “moederrichtlijn” ervan, door het erdoor ingevoerde algemene doel dat we binnen afzienbare tijd de “goede toestand” van alle Europese waterlichamen moeten bekomen. Dit heeft voor het waterbeleid op het lokale niveau de nodige gevolgen. Alles komt in beeld: waterafvoer, waterzuivering, watervoorziening, watervoorraadbeheer, overstromingsbeheer, enz. Tot nog toe zijn we er in Europa en Vlaanderen echter niet echt in geslaagd om het  algemeen doel te bereiken. Hoe komt dat? Te weinig geld? Te weinig tijd? Te weinig juiste prijsprikkels? Te verbeteren organisatie? Te ontwikkelen “systemisch denken”? … We gaan samen deze mogelijke oorzaken na en bekijken wat we praktisch kunnen doen.
10u.10Gezonde waterlopen: wat betekent dit voor uw gemeente?
Door Steven Van Den Broeck en Peter Aelterman, VMM
Saneringsinfrastructuur op maat om ons afvalwater te verzamelen en te zuiveren is noodzakelijk om onze waterlopen verder te verbeteren en gezond te maken. Er zijn al veel inspanningen geleverd, maar er blijven investeringen in de saneringsinfrastructuur nodig. Niet alleen voor de verdere uitbouw, maar ook voor renovatie en beheer. We gaan in op de concrete saneringsuitdagingen om de kwaliteit in onze waterlopen verder te verbeteren en blikken vooruit naar de financieringsnoodzaak voor de verwachte investeringen en uitdagingen tegen 2027.
10u.40Waarom is riolering het vergeten verkiezingsthema? Wat ga ik als bestuur hier de komende 6 jaar aan doen?
Door Mohamed Ridouani, burgemeester Stad Leuven
11u.00Pauze
11u.30Wat betekent het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen voor uw gemeente?
Door Robin De Smedt, Departement Omgeving
De Vlaamse Regering keurde op 20 juli 2018 de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goed. Deze visie omvat een toekomstbeeld en een overzicht van voorname beleidsopties op lange termijn, met name de strategische doelstellingen.Het bereiken van deze doelstellingen is ook cruciaal voor het bereiken van de doelstellingen van het integraal waterbeleid. Het terugdringen van het toenemend ruimtebeslag en de toenemende verharding tot 0 ha/dag maakt meer ruimte voor een robuust watersysteem mogelijk. De realisatie van een groenblauw netwerk door de bebouwde omgeving door middel van een aangepast ontwerp volgens de tien kernkwaliteiten geeft kansen aan nieuwe ontwikkelingen in steden en gemeenten.Hoe gemeenten deze kansen, ook bij de realisatie van rioleringsprojecten,  ten volle kunnen benutten, verneemt u deze dag.
11u.50Op weg naar een waterrobuuste verkaveling: aandachtspunten en mogelijkheden
Door Bruno Samain, dienst Integraal Waterbeleid Provincie Oost-Vlaanderen
De aanleg van verharding zorgt voor meer en snellere afstroming van regenwater naar riolering en waterlopen en een vermindering van de grondwateraanvulling. Samen met de klimaatverandering, kan toenemende urbanisatie dus zowel de overstromings- als de verdrogingsproblematiek versterken.Bij het uittekenen en ontwikkelen van een verkaveling dient het watersysteem dan ook als sturend element: doordacht omgaan met (keuze van) verhardingen, nagaan van mogelijkheden voor (collectief) hergebruik van hemelwater, optimaal inzetten van de infiltratiemogelijkheden ter plaatse en het minimaliseren van de waterafvoer zijn belangrijke aandachtspunten. Tegelijkertijd kunnen dergelijke maatregelen een ruimtelijke meerwaarde creëren met positieve effecten voor mens en omgeving in en rond de nieuwe ontwikkeling.
12u.10Hoe overtuig ik mijn burgers?
Door Elina Bennetsen, Gents Milieufront / YAKU
Sinds vorig jaar kleuren de gevels in Gent groen. Gewapend met een bakfiets, een breekhamer en een klimhulp, legt de Geveltuinbrigade van Gents Milieufront geveltuinen aan bij meer dan 500 Gentenaars. Het resultaat, naast een mooie gevel? Een concrete implementatie, een tevreden burger en sensibilisering over deze maatregel. Elina Bennetsen brengt een verhaal over resultaten van verschillende burgerinitiatieven rond water in Gent.
12u.30Hebben we de doorlooptijd van een rioleringsproject kunnen verkorten?
Door Carl Verelst, voorzitter Werkgroep Projectmanagement
12u.50Conclusie
Wendy Francken, directeur VLARIO